Over Georges Duval en de door hem ontworpen portzegels, Deel 4 Getande Duvalzegels voor de koloniën en andere gebieden buiten Frankrijk – Jan Walschots
In dit vierde artikel over de portzegels van de ontwerper Georges Duval beschrijf ik de getande zegels die buiten het moederland Frankrijk zijn gebruikt. In chronologische volgorde zijn dat:
- Franse zegels, gebruikt op buitenlandse kantoren
- Franse zegels met opdruk. Dat kan zijn een opdruk in lokale valuta om het gebruik in een kantoor te vergemakkelijken, of een opdruk om de waarde of het gebruikt te veranderen.
- Getande uitgaven voor individuele koloniën
De Duvalzegels met een gewijzigd ontwerp, onder andere gebruikt in Monaco en Andorra zullen in deel 5 worden besproken.
Franse Duval-zegels gebruikt op buitenlandse kantoren
De Franse post had in de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw kantoren in een aantal handelssteden. Het waren vooral havensteden waar de boten van de Compagnie des Messageries Maritimes aanlegden.De post in deze buitenlandse kantoren werd in het algemeen gefrankeerd met gewone Franse zegels. Deze zijn uitsluitend herkenbaar aan de afstempeling. Ook de Franse portzegels ontworpen door Duval, konden in principe op alle kantoren worden gebruikt. Een aantal kantoren gaf op zeker moment wel eigen frankeerzegels uit: Levant in 1885, Marocco in 1891, Cavalle, Dédéagh, Port-Lagos en Vathy in 1893, Zanzibar en Chine in 1894, Alexandrie en Port-Saïd in 1899, en tenslotte Crète in 1902. In bijna al deze kantoren verschenen geen eigen portzegels, zodat de Franse portzegels gewoon in gebruik bleven. De meeste plaatsen maakten deel uit van het Ottomaanse Rijk. In de loop van de Eerste Wereldoorlog werden de meeste kantoren gesloten of zij functioneerden nog slechts als militair kantoor. Na deze oorlog gingen sommige kantoren weer functioneren voor burgerlijke post. Bij het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk werd in het verdrag van Lausanne in 1923 echter vastgesteld dat alle buitenlandse postkantoren in Turkije werden gesloten.
Een compleet overzicht van welke Franse Duval-zegels op welke kantoren zijn gebruikt, is mij niet bekend. De catalogi van Yvert en Maury geven noteringen voor een aantal kantoren en voor een aantal waarden per kantoor, maar geven daarbij aan, dat er meer waarden of kantoren mogelijk zijn. Bij Yvert gaat het om de kantoren in Alexandrie, Beyrouth, Jaffa, Salonique en Smyrne. Maury geeft ook noteringen voor enkele waarden, gebruikt in Constantinople, Mersina, Port-Saïd, Shanghai en Tanger (Afb. 1).
Afb.1: Franse portzegels gebruikt in Beyrouth en Port-Saïd.
De Franse post was ook actief in Marocco. In deze gebieden had de Franse overheid geen gezag, maar de Franse post bood haar diensten er toch aan, vaak in concurrentie met andere nationale postdiensten.
Frankrijk deed al langer pogingen om haar gezag in Marocco te vestigen, maar kreeg dat pas na 1912. Toen werd Marocco gesplitst in een Frans protectoraat, een Spaans protectoraat en de internationale stad Tanger. Frankrijk heeft daarna een soort van koloniaal bewind gevestigd, maar de “pacificatie van Marocco”, waarbij naar onafhankelijkheid strevende verzetsgroepen aan het Franse gezag werden onderworpen, heeft tot 1934 geduurd. De Franse post nam ook de gehele postdienst in het protectoraat over, maar merk bijvoorbeeld op, dat Marokkaanse postzegels bijna nooit de naam Frankrijk vermelden. Er zijn slechts drie uitzonderingen:
- de Sage-zegels uit 1891-1900 met de naam République Française, overdrukt in centimos,
- een Franse Rode kruis-zegel uit 1915 met opdruk Maroc,
- de portzegels van het type Duval en recouvrements met aanduiding RF.
Speciale Duval-zegels voor enkele overzeese kantoren
Marocco
De eerste speciale Duvalzegel verscheen in Marocco. Op 5 februari 1893 werden Franse Duvalzegels van 5 en 10 centimes overdrukt met de tekst “timbre poste” en een streep door à percevoir.

Deze zegels zijn uitsluitend op 5 februari 1893 in Tanger gebruikt, om een gebrek aan 5 centimes-zegels op te vangen (Afb. 2). Daarbij werden ook de 10 centimes-zegels als zegel van 5 centimes gebruikt. Op 6 februari arriveerden nieuwe 5 centimes-zegels en werden de overgebleven opdrukken verbrand.
Afb.2: Maroc 1893. Opdruk Timbre —- Poste. Helaas een vervalsing, want anders uiterst zeldzaam.
Marocco was ook het gebied waar de eerst speciale portzegels zouden verschijnen. In Marocco waren peseta en centimos de gangbare valuta. Vanaf 1891 werden Franse frankeerzegels van het type Sage overdrukt met waarde in centimos en peseta. In 1896 volgde ook een vijftal portzegels van het type Duval. Zegels van 5, 10, 30 en 50 centimes werden overdrukt met een gelijk aantal centimos. De waarde van een zegel van 1 franc werd 1 peseta.
In 1911 werd van drie zegels (5, 10 en 50 centimos) de Franstalige opdruk vervangen door dezelfde opdruk in Arabisch schrift. Toen (een deel van) Marocco Frans protectoraat was geworden (zie kader) verschenen 6 Duvalzegels met Arabisch opgedrukte waarde en Franstalige opdruk “PROTECTORAT FRANCAIS”. Daaronder nieuwe waarden van 1 en 20 centimos, maar geen zegel van 1 peseta meer.
In de internationale stad Tanger verschenen in 1918 een serie van 7 zegels met opdruk Tanger. Het gaat om dezelfde zegels als in het protectoraat en daarnaast om een zegel van 15 centimes (Afb. 3).
Afb.3: van links naar rechts Maroc 1896, 1911, 1915 “protectorat” en 1918 “Tanger”.
Zanzibar
Op het eiland Zanzibar werden postzegels én portzegels overdrukt met een waarde in anna, de valuta van India die ook op Zanzibar werd gebruikt. In 1897 verschenen 5 portzegels van 5, 10, 15, 30 en 50 centimes overdrukt met ½, 1, 1½, 3 en 5 annas (Afb. 4).
Afb.4: Portzegel Zanzibar in Indische valuta 1 ½ Anna.

Het bureau van Zanzibar is gesloten op 31 juli 1904. In de weken daarvoor is er een gebrek ontstaan aan voldoende zegels om de laatste post te verwerken. Daarom is een aantal zegels in minder courante waarden overdrukt met een nieuwe waarde van 25 of 50 centimes of 1 franc. Ook portzegels van 5, 10 en 15 centimes zijn omgezet in frankeerzegels van gelijke waarde. Deze zegels verschenen op 22 juli. Ze mochten alleen aan het loket op te verzenden brieven worden geplakt en niet los worden verkocht. Nadat de mailboot op 26 juli langs was geweest mochten ook gewone Franse zegels op brieven uit Zanzibar worden geplakt.
China
In 1901 verschijnen er toch speciale portzegels voor de kantoren van de Franse post in China [note 1]. De aanleiding voor deze uitgifte is mij niet duidelijk, maar in 1901 worden de vijf dan gangbare portzegels (5, 10, 15, 30 en 50 centimes) overdrukt met de naam CHINE (Afb. 5). Een 20 centimes met opdruk volgt In 1906, het jaar dat dit zegel ook in Frankrijk verschijnt. De opdrukken zijn in Parijs aangebracht. Merk op dat de Chinese kantoren van de Indochinese post ongetande Duvalzegels van de algemene koloniale uitgiften gebruikten [note 2].
Afb.5: Opdruk “Chine” uit 1901 (l) en chinese valuta uit 1911 (r).
Het is heel wel mogelijk dat voor deze opdrukken vellen werden gebruikt die in de gewone productie van de Franse zegels waren gedrukt. Blijkens de millésimes die zijn vermeld in de catalogi werden de Chinese zegels meestal gedrukt in de jaren dat ook zegels voor Frankrijk werden gedrukt. Er zijn echter enkele uitzonderingen die toch wel vreemd zijn. Zo zouden er in 1909 zegels voor China zijn gedrukt van 30 en 50 centimes, terwijl deze sinds 1905, resp. 1906 niet meer waren geproduceerd voor Frankrijk. Bizar daarbij hebben alle vellen van 30 centimes een dubbele opdruk en alle vellen van 50 centimes zelfs een driedubbele. Verder zouden er Chinese opdrukken zijn geproduceerd op zegels van 10, 30 en 50 centimes, in 1910 gedrukt, terwijl deze millésimes voor Frankrijk niet worden gemeld [note 3].
De postzegels van de Chinese kantoren hadden vanaf 1894 in eerste instantie uitsluitend een waarde-aanduiding in Franse centimes en francs. Vanaf 1902 werd daar in Chinese opdruk de waarde in Chinese valuta, sapèques, cents en piastres, aan toegevoegd. Vanaf 1907 werd daar de waarde in Chinese valuta in het Frans aan toegevoegd. Bij de portzegels vond men dat in eerste instantie kennelijk niet nodig. Pas in 1911 verschenen Duval-zegels met opdruk in Chinese valuta in twee talen (Afb. 5). Tenslotte verschenen in 1922 nog vier Duvalzegels, waarbij de verhouding tussen de Franse en Chinese valuta was aangepast, waarschijnlijk na een sterke appreciatie van de Chinese munt. Waar in de eerdere serie twee Chinese centen overeenkwamen met vijf Franse centimes, was dat in de laatste serie één Chinese cent bij vijf Franse centimes.
Egypte
Pas vele jaren later werden Franse Duvalzegels overdrukt ten behoeve van de twee Franse kantoren in Egypte. In 1921 werden voor Port-Saïd vier zegels overdrukt met een waarde in millièmes [note 4]. In dit geval was het niet alleen de toevoeging van een lokale valuta, maar waren er echte waardeveranderingen. Een bruine zegel van 10 centimes werd overdrukt met 12 millièmes, terwijl een blauwe 5 centimes een nieuwe waarde van 15 millièmes kreeg. Zowel zegels van 20 centimes als van 50 centimes werden overdrukt met dezelfde waarde van 30 millièmes. In de opdruk wordt geen kantoornaam genoemd. Nog in datzelfde jaar verschenen in Port-Saïd nieuwe opdrukken van 2, 4, 10, 15 millièmes op de portzegels van 5, 10, 30 en 50 centimes.
Afb.6: Opdruk in millièmes voor Port-Saïd (respectievelijk eerste en tweede uitgave) en Alexandrie.
In 1922 verscheen in Alexandrie een soortgelijke serie met dezelfde vier waarden en bovendien een opdruk van 30 millièmes op 1 franc (Afb. 6). Het verschil met de zegels voor Port-Saïd is een kleiner lettertype en vooral een kleiner cijfer in de opdruk. Ik merk nog op dat de zegels voor Alexandrie later verschenen dan voor Port-Saïd, maar dat de zegel van 4 millièmes op 10 centimes voor Alexandrie is gedrukt op Franse zegels, gedrukt in 1919, terwijl voor dezelfde waarde van Port-Saïd zegels zijn gebruikt, die gedrukt waren in 1920.
Franse bezittingen in India
Frankrijk bezat sinds het verdrag van Parijs uit 1763 tot het jaar 1954 een zevental verspreide gebieden in India (établissements Françaises dans l’Inde). Deze werden in Frankrijk vaak aangeduid als comptoirs, handelsposten, maar ze omvatten ook een gebied rondom de betreffende havens. Echte koloniën waren het niet, voorzover ik het kan begrijpen, maar qua uitgiftenbeleid van postzegels werden ze ongeveer gelijk behandeld als de koloniën. Zo werden tot 1923 ongetande Duvalzegels gebruikt. In 1923 verscheen een serie getande Duvalzegels met opdruk van de Indische valuta caches en fanons, onderdelen van de rupee. Een directe relatie tussen de originele waarde in centimes en de opgedrukte Indiase waarde is er niet: de op één na hoogste waarde met een opdruk van 1 fanon en 15 caches is gedrukt op een zegel van 5 centimes. De iets lagere waarde van 1 fanon en 12 caches is gedrukt op een zegel van 50 centimes. In 1928 verschijnen nog vier aanvullende waarden. De zegels zijn gedrukt in niet eerder gebruikte kleuren en op deze vier zegels is de originele waarde in centimes of franc doorgestreept (afb. 7).
Afb.7: Opdruk Indië in fanon en caches uit 1923 (l) en 1928 (r).
In 1928 werd de oorspronkelijke waarde doorgestreept.
Militaire bezettingen en mandaatgebieden in het midden oosten
De hiervoor al even genoemde strijd rond Turkije en het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog leidde tot Franse bezettingen in Syrië en Cilicië en vanaf 1923 tot de vestiging van een Frans mandaat in Syrië en Libanon. In juni 1920 leidde dit tot de uitgifte van 4 Duvalzegels met opdruk “O.M.F Syrie (1,2,3 en 4) Piastres” op 10, 20, 30 en 50 centimes en in februari 1921 tot een identieke uitgifte met Cilicie (Afb. 8). O.M.F. staat voor Occupation Militaire Française). Voor Cilicië bleef het hierbij omdat de Fransen zich er in november 1921 uit terugtrokken.
Afb.8: De eerste emissies van Cilicië en Syrië zagen er hetzelfde uit. De tweede emissie
van Syrie kende een andere waarde van piastre vs franc.
Afbeelding 9: Slechts kort in gebruik: één uitgifte
voor Syrie én Grand Liban.
In Syrië werden in mei 1921 de opdrukken aangepast aan een andere koersverhouding tussen piaster en franc (Afb. 8). Bij de vorming van het mandaat werd “O.M.F. Syrie” in november 1923 vervangen door “Syrie Grand Liban” (Afb. 9).
Reeds in januari 1924 verschenen twee identieke maar aparte series, één voor Syrië en één voor Grand Liban (Afb. 10). Op 1 juli 1924 werden voor beide gebieden de Franstalige opdrukken vervangen door een tweetalige Franse en Arabische opdruk. Een opmerkelijk detail: 50 centimes werd vervangen door 0 P. 50 (afb. 11).
Afbeelding 10: Zegels met Franstalige opdruk Syrie
en Grand Liban. N.B. 50 centiemes
Afb.11: Zegels met opdruk in twee talen Syrie, Grand Liban en Alaouites.N.B. 0 P. 50
Op 1 januari 1925 verscheen nog een derde serie met gelijke opdrukken voor het noordelijker gelegen Alaouites [note 5].
Opdrukken voor koloniën op getande zegels
In de eerste decennia van de 20e eeuw werden in vele koloniën de portzegels van het type Duval vervangen door andere ontwerpen. Als eerste zijn te noemen de portzegels die gelijktijdig met de serie Faidherbe/Palmiers/Ballay in de zes koloniën van West-Afrika verschenen. Maar ook een aantal andere koloniën gingen over op zelf ontworpen portzegels.
Een aantal andere koloniën hield echter vast aan portzegels van het type Duval. Halverwege de 20-er jaren van de vorige eeuw werden de ongetande portzegels in acht koloniën vervangen door getande exemplaren. In alle acht gevallen werden portzegels met ongewijzigd ontwerp van Duval overdrukt met de naam van de kolonie. Misschien zou je verwachten dat alle acht series tegelijkertijd zouden verschijnen, even groot zouden zijn, dezelfde waarden en dezelfde kleuren zouden hebben en opdrukken zouden hebben met gelijk ontwerp. Niets is echter minder waar. Het uitgiftebeleid ziet er wat chaotisch uit.
Als eerste verschijnen in Frans Guyane in april 1925 vier zegels in de waarde 5c bleu, 10c brun, 20c vert-olive en 50c brun-lilas. Echter nog voor de uitgifte wordt kennelijk bedacht dat meer waarden nodig zijn en zegels van 5 centimes worden overdrukt met nieuwe waarden 25 en 60 centimes. Zegels van 10 centimes verschijnen met een opdruk van 45 centimes. Zegels van 20 centimes worden overdrukt met waarden 15 en 30 centimes en met 1 franc en de waarde van 50 centimes verschijnt ook met opdruk 2 francs. Zo verschijnen uiteindelijk tegelijkertijd 11 zegels.
Op 7 september 1925 is Saint-Pierre et Miquelon aan de beurt. Naast de vier waarden van Guyane verschijnen nu ook zegels van 25c rose, 30c rouge carminé, 45c vert en 1 franc lilas-brun s paille. Daarnaast wordt een 50 centimes in een nieuwe kleur bistre overdrukt met 60 centimes en een 1 franc in de kleur vermillon overdrukt met 2 franc. De gehele serie telt dan 10 zegels, want aan de 15 centimes is kennelijk geen behoefte meer.
Als derde gebied is Océanië aan de beurt op 17 mei 1926. De serie is weer heel anders dan die van Saint-Pierre et Miquelon. De 25, 45 en 50 centimes zijn verdwenen. Toegevoegd is een 40 centimes in de kleur rose. Verder is de 60 centimes nu als nieuwe waarde gedrukt in de kleur vert, maar voor de 2 franc wordt nog steeds een opdruk op een 1 franc in de kleur vermillon gebruikt. De serie telt bij verschijnen acht zegels.
De volgende zegels verschijnen op 10 oktober 1927. Allereerst worden de zojuist genoemde drie series aangevuld met een zegel van 3 francs in de kleur lilas-rose. Opmerkelijk is dat deze zegels net als de Franse 3 franc uit 1926 in rotatiedruk zijn vervaardigd, terwijl alle andere genoemde zegels nog in vlakdruk zijn verschenen.
Op dezelfde datum verschijnt op Martinique een serie van 11 zegels. De 25, 45 en 50 centimes zijn weer terug, de 40 centimes is evenwel weer verdwenen. De 2 Franc is als nieuwe waarde gedrukt in de nieuwe kleur violet en niet meer met opdruk.
De zegels van de laatste vier koloniën verschijnen alle gelijktijdig op 2 april 1928. Niet echt een wonder want Gabon, Moyen Congo, Oubangui-Chari en Tchad vormen tezamen Frans Centraal Afrika (AEF). De series kennen dezelfde elf waarden, maar er is weer aan de kleuren geknutseld. De 60 centimes zegels zijn bistre sur paille in plaats van vert. Voor de 2 Francs is nu de kleur rouge-orange gekozen en de 3 francs is opeens violet.
Naast de hier beschreven chaos met verschenen waarden en gebruikte kleuren is er nog een opmerkelijk verschil tussen de acht series. Dat is dat voor de opdrukken van de naam van de koloniën zes verschillende lettertypen zijn gebruikt.
Afb.12: opdrukken uit 8 koloniën met zes lettertypen. Enkele details: – de 15 centimes verscheen alleen in Guyane
– de 30 centimes heeft nog steeds geen accent op de a van a percevoir – de 3 franc is ook nu als enige in rotatiedruk gemaakt, zichtbaar aan de letters op de banderolle.
Saint-Pierre et Miquelon en Martinique hebben hetzelfde lettertype. Ook de lettertypes bij Tchad en Gabon zijn hetzelfde. Dit lettertype lijkt sterk op die welke voor Guyane is gebruikt, maar bij Guyane zijn de letters net iets slanker. De letters van Moyen Congo en Oubangui-Chari zijn duidelijk verschillend. Océanie is de enige naam die in kleine letters wordt geschreven (Afb. 12).
Er is één verder aspect aan met name de serie van Guyane, waar ik niets van begrijp. De waarden 5, 10 en 20 centimes hebben millésime 7, de waarde 50 centimes millésime 5. In welk jaar zijn deze dan gedrukt? Ze zijn verschenen in 1925; in het tijdschrift van Arthur Maury zijn ze in dat jaar ook al beschreven. In 1917 zijn ze niet gedrukt, want toen werd GC-papier gebruikt. Volgens de catalogi zouden de zegels gedrukt zijn in 1907, respectievelijk 1905. Voor de andere zeven koloniën zijn de zegels gedrukt in de jaren 1924 tot 1928. In Frankrijk werd in de jaren 1905 en 1907 ander papier gebruikt dan in de jaren 1920. Ik zie wel verschil tussen het papier gebruikt voor Guyane en voor de andere koloniën, maar ik kan niet beoordelen uit welke periode het stamt. Ook zijn er wat kleurverschillen tussen de zegels van Guyane en van de andere koloniën. Met name de 50 centimes van Guyane heeft een crème achtergrond terwijl die voor de andere 7 gebieden wit is [note 6]. Echter voor Frankrijk zijn er geen zegels gedrukt van 50 centimes in 1905, 1915 of 1925. En waarom zou de Franse post oplagen uit 1907 bewaren tot 1925 en ze dan overdrukken voor Guyane, terwijl tussen 1907 en 1925 bijna jaarlijks nieuwe oplagen van 5, 10 en 20 centimes werden gedrukt? Toch zijn de millésimes 7 echt afgedrukt in de catalogi.
Noten:
- De Franse post had kantoren in Shanghai, Tien-Tsin, Hankeou, Tché-fou, Pekin, Amoy, arsenal-Pagoda, Fou-Tchéou en Ning-Po.
- De post van Indochina had kantoren in Canton, Hoï-Hao, Kouang-Tchéou, Mongtzeu, Pakhoï, Tch’ong-K’ing en Yunnanfou.
- Ik kan niet beoordelen of het in zulke gevallen gaat om onvolledigheid of onjuistheid in de catalogi, dan wel om een uitzonderlijke situatie, die werkelijk heeft plaatsgevonden. Ik heb catalogi van Yvert, Maury en van de SO.CO.CO.DA.MI. geraadpleegd. Van genoemde millésimes met dubbele en driedubbele opdrukken staan overigens gewoon foto’s in de catalogi.
- De Egyptische piaster telde 10 Millièmes (100 piaster was een Egyptisch pond). De Egyptische munt was strikt gekoppeld aan het Britse pond met de verhouding 97,5 piaster is 1 GB-Pound. De koersverhouding tussen Brits pond en Franse frank schommelde rond 1921 sterk; hierdoor varieerde de koers van de piaster tussen 0,50 en 0,65 Francs
- Aan de Middellandse Zeekust lagen ten noorden van Palestina eerst Grand Liban met hoofdstad Beyrouth, daarboven Alaouites met hoofdstaf Lattaquie, en noordelijk daarvan weer Alexandrette, tegenwoordig de Turkse provincie Hatay.
- Gebaseerd op de zegels in mijn eigen verzameling










