Marianne Bulletin 206 – oktober 2020

Artikelen:

Bij de voorpagina – Edwin Voerman

Militaire Feldpost Relais no 80. Verzonden 10-2-1871 naar Surgeres. Alsace 20c met Taxe 2.

Terug naar boven

Post uit de Verenigde Staten in de periode tussen de invoering van het Franse uniforme binnenlandse brieftarief op 1 januari 1849 en eind juli 1851 – Hans Paul Soetens

Het was een heugelijke dag die 1 januari 1849 voor Fransen die konden schrijven en brieven verzonden buiten de directe omgeving. Veelal waren dit handelaren. Op die dag werd het afstandstarief voor de verzending van brieven omgezet in een uniform tarief voor brieven naar welke bestemming binnen Frankrijk dan ook; de gewichtscriteria voor de bepaling van het aantal ‘porten’ dat betaald moest worden werd wel gehandhaafd. Voor de verzending van post naar het buitenland bleef het oude afstandstarief echter nog in gebruik evenals op post die vanuit het buitenland in Frankrijk werd ontvangen.

De hier getoonde brief met vertrekstempel New Orleans La. May 17 (1851) toont naast een duidelijk hoger Frans binnenlands port nog meer speciale facetten: In de eerste plaats werd hij vanuit New Orleans, waar een bedrag van 5 U.S.-cent betaald werd voor binnenlands vervoer, getransporteerd naar een Amerikaanse haven aan de oostkust. Tot in 1851 werd het tarief 5 US cent geheven voor afstanden tot 300 mijl, daarna werd dit voor gefrankeerde post gereduceerd tot 3 US cent voor afstanden tot 3,000 mijl en tot 5 cent voor ongefrankeerde post. Deze   5 cent werd in New Orleans betaald zoals het ‘PAID 5’ stempel rechtsboven toont.

Zoals gebruikelijk werd de brief verzonden naar de haven waar het eerstvolgende maritieme transport mogelijk was: in dit geval Boston waar de s.s. ‘Cambria’ van de Cunard lijn op 28 mei afvoer om op 8 juni in Liverpool aan te komen. Een aankomststempel van Londen van 9 juni bevestigt vervoer met deze scheepsverbinding en toont dat de post als ‘open mail’ in Engeland werd behandeld en niet in gesloten postzakken naar Frankrijk werd doorgezonden. Een Brits-Franse overeenkomst van 1 mei 1851 maakte het transitverkeer in gesloten mail mogelijk van Frankrijk naar de USA; in omgekeerde richting bleef alles echter bij het oude zodat Britse transitstempels aanwezig blijven.

Het Britse rechthoekstempel COLONIES & c,ART.13 betreft het Brits-Franse postverdrag van 1843; in dit verdrag was de postuitwisseling en verrekening van porten tussen Frankrijk en Groot-Brittannië voor post in transit door Groot-Brittannië geregeld met een transitvergoeding van 10 décimes per 7½ gram briefgewicht inclusief het trans-Atlantische vervoer. Toen met een Brits-Franse overeenkomst per medio 1851 de transitvergoeding voor Groot-Brittannië werd gereduceerd was dit artikel niet meer van toepassing en werd het COLONIES & c,ART.13 stempel vanaf 31 juli 1951 niet meer afgeslagen.

De brief werd via de scheepsverbinding van Dover met Calais uitgewisseld en kreeg het Franse entreestempel ANGL CALAIS, 10 JUN 51. Conform het op inkomende buitenlandse post geheven afstandstarief werd de brief getaxeerd met 15 décimes per 7½ gram briefgewicht (150 centimes) waarvan 10 décimes aan Groot-Brittannië werd vergoed voor scheepsvervoer tussen de USA en Liverpool plus het transitport door Groot-Brittannië. Hoewel de Franse vergoeding aan Groot-Brittannië verlaagd was bleef de Franse post niettemin tot 1 december 1851 nog de oorspronkelijke 15 décimes heffen. Pas vanaf 1 december 1851 werd een verlaagd tarief van 13 décimes per 7½ gram geheven. Het aankomststempel van Marseille, 12 juni 51 werd op de achterkant slecht maar nog leesbaar afgeslagen.

Kortom een brief die de complexiteit van het briefvervoer toont in de periode voor 1876 toen de postverdragen van de Wereld Post Unie (UPU) in werking traden. De brief is een vroeg voorbeeld van het gereduceerde Amerikaanse binnenlands port en een laat voorbeeld van het gebruik van het Colonies stempel in de dure Brits-Franse postuitwisseling.

Literatuur:

  • Salles, R. Les Paquebots de l’Atlantique Nord: La compagnie Générale Tranatlantique, 1962-1970.
  • Hubbard, & Winter, R.F., North atlantic mail sailings 1840-1875, U.S. Philatelic Classics Society Inc, 1988.
  • Winter R.F., Understanding transatlantic mail, Volume I, American Philatelic Society, 2006.

Terug naar boven

Agence Postale – Edwin Voerman

Recent kreeg ik uit de Elzas een stapeltje Franse brieven met de laatste emissies in handen. De stempelafdruk die we hier zien luidt ‘68 Rorschwihr AP’. Navraag in Frankrijk leerde mij dat AP staat voor ‘Agence Postale’, een interessant weetje voor liefhebbers die de moderne stempels willen bijhouden.

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar boven

Marianne de Gandon (2) De taal van het beeld – Jos Louwe

Het eerste artikel in een reeks van drie beschreef de geleidelijke acceptatie van de Marianne als postzegelbeeld. Dit artikel analyseert de uitgekiende opzet van de Marianne de Gandon. Het laatste artikel schetst hoe het met Marianne sindsdien is gegaan.

Inleiding
Tot de Tweede Wereldoorlog laten de Franse frankeerzegels een traditioneel beeld zien. Het zijn voornamelijk allegorieën, zelden bestaande personen of realistische situaties. De vormgeving is gebaseerd op munten en gedenkpenningen en ontwerpers maken geen gebruik van nieuwe verworvenheden zoals de fotografie. De Marianne de Gandon die in 1945 verschijnt, is in verschillende opzichten een stijlbreuk en mag met recht de eerste Marianne genoemd worden. Dit artikel geeft een analyse van dit zegel, gebaseerd op een elders beschreven methode (Jos van de Broek e.a., Beeldtaal, Boom Amsterdam 2019).

Waarneming
Hoe komt het, dat de Marianne de Gandon direct in het oog springt [afb 1]? Daarvoor geeft de waarnemingspsychologie een verklaring: hoe eenvoudiger het beeld, hoe makkelijker het wordt gezien en onthouden. Niet onbelangrijk voor een postzegel, wil die op ons indruk maken. Ter verduidelijking een kleine vergelijking met vier andere zegels.
Het menselijk brein heeft een voorkeur voor simpele hoofdvormen, zoals bij de Cérès, waar de hoofdvorm een cirkel op een rechthoek is [afb 2]. Eenvoudiger kan haast niet, maar toch moet je als het ware twee keer kijken. Eerst naar de hoofdopzet met cirkel en rechthoek, daarna naar het portretje in de cirkel.

De Marianne de Gandon kent maar één hoofdvorm en is dus eenvoudiger te onthouden.

              Afbeelding 1.

Eenvoud betekent ook een duidelijk verschil in voorgrond en achtergrond. De Marianne de Gandon heeft een doeltreffende dieptewerking waarbij het gezicht met schaduweffecten goed contrasteert met de effen, felgekleurde achtergrond. Veel zegels hebben dit contrast. Het zijn vooral de fijngetekende exemplaren waarbij soms verwarring optreedt. Bij het type Paix et Commerce bijvoorbeeld, worden de allegorische figuren met wereldbol en al naar de achtergrond gedrukt ten gunste van de waarde aanduiding, die kennelijk het belangrijkste is [afb 3].

Onderdelen die bij elkaar horen moeten gegroepeerd zijn, willen zij onthouden worden. De Trilogie (type Blanc) bijvoorbeeld, is een wirwar van elementen [afb 4]. Bij het type Paix de Laurens is de aanduiding van de waarde wat onhandig tussen de figuur en de olijftak terecht gekomen [afb 5]. Bij het type Gandon zijn alle bijkomende zaken naar de rand gedrukt en leiden zij niet af van de hoofdvorm.

Tenslotte is het een gegeven dat onze hersenen ertoe neigen een beeld symmetrisch te ordenen en het ontbrekende zelf aan te vullen. Gandon maakt handig van dat fenomeen gebruik. Aan alle kanten is het beeld een beetje afgesneden. Toch stoort dit niet: we zien onmiddellijk het hoofd van Marianne dat op deze manier groot afgebeeld kan worden.

De hierboven beschreven verschillen zijn subtiel, want het ontwerpen van een zegel biedt maar weinig ruimte om te manoeuvreren. Maar al deze verschillen bij elkaar opgeteld resulteren wel in een helder, enkelvoudig postzegelbeeld. Een ‘Gestalt’, zouden de waarnemingspsychologen zeggen.

Betekenis
Wil een beeld effectief zijn, dan moeten gebruikers er een betekenis aan kunnen geven. Zij moeten begrijpen waar een beeld naar verwijst en het beeld moet voor hen gevoelswaarde hebben. Waar het beeld naar verwijst is in 1945 wel duidelijk: Marianne met haar vrijheidsmuts staat symbool voor het bevrijde Frankrijk. De pose die Marianne aanneemt zal velen hebben doen denken aan soortgelijke beelden, bijvoorbeeld aan een bekend schilderij van Delacroix, een beeldengroep op de Arc de Triomphe of een herdenkingszegel van Gandon die ongeveer tegelijkertijd met de Marianne verschijnt [afb 6, 7 en 8].

Afbeelding 7.

Afbeelding 6.

Afbeelding 8.

Gevoelswaarde is in de kern een persoonlijke zaak en de Marianne de Gandon geeft veel ruimte voor die persoonlijk in te kleuren opvattingen. Het licht gedraaide hoofd drukt beweging uit: het neigt naar links alsof het gehele lichaam naar links beweegt. Het blijft daarbij in het midden waar die beweging toe leidt want er zijn geen attributen, randversieringen of symbolen waaruit we iets op zouden kunnen maken. Tegelijkertijd kijkt Marianne naar rechts, waar zich kennelijk iets afspeelt: Een groep achterblijvers die in de strijd mee moet worden genomen?

De zegel suggereert beweging en verandering. Maar welke? Wanneer het type Marianne de Gandon na de oorlog verschijnt is er een voorlopige regering gevormd en wordt de nationale economie ingrijpend gereorganiseerd. Er komen sociale voorzieningen voor iedereen en de vrouwen krijgen eindelijk kiesrecht. De Franse politiek neemt afstand van een al te benepen nationalisme en bekent zich tot militaire en economische samenwerking in Europa. Wij als toeschouwers mogen zelf bedenken welke van deze veranderingen wij met de Marianne associëren; de zegel laat ons die ruimte.

Overtuigen
Beelden moeten niet alleen betekenisvol zijn en eenvoudig te onthouden, ze moeten ons ook overtuigen. Politici en reclamemakers weten dat het gebruik van stijlfiguren een beproefde manier is om dat te bereiken. Zij zijn afkomstig uit de traditie van de welsprekendheid en hebben geleidelijk hun weg gevonden naar de schilderkunst en de grafische vormgeving. Met deze stijlfiguren weten fotografen en grafische vormgevers het publiek een gevoel van urgentie te geven. Er staat iets op het punt te gebeuren en wij zijn erbij. Soms is dat werkelijk het geval, vaak wordt het moment vooraf in scène gezet of achteraf bijgewerkt, geframed. Letterlijk genomen betekent framen inlijsten, figuurlijk gesproken is het een draai geven. Dat is precies wat bij de Marianne de Gandon gebeurt [afb 9].

Afbeelding 9.

Het grafische uitgangspunt van Pierre Gandon is een portretfoto van zijn echtgenote Jacqueline. Om dynamiek aan te brengen wordt deze foto zo’n 15 graden gedraaid. Het geeft de afbeelding net iets meer pit, iets meer spanning. Het is een lichte overdrijving, een stijlfiguur die in de retorica wel aangeduid wordt als een hyperbool. Het voordeel van deze rotatie is dat de lengte van het portret samenvalt met de diagonaal van het zegeloppervlak en zo de figuur dynamiek geeft.

Dit maakt het mogelijk een contrast (ook een stijlfiguur) aan te brengen door de twee belangrijke tekens ‘RF’ en ‘12f’ op de andere diagonaal te plaatsen. Zo’n stijlfiguur heet een kruisstelling. Tenslotte is daar de aanduiding ‘postes’ die aan de rechterzijde een verticaal accent geeft zoals de krullen dat aan de linkerzijde doen (stijlfiguur van de herhaling). Samen met de ‘RF’ en ‘12f’ vormen ze het vierkante kader dat een contrast (ook weer een stijlfiguur) oplevert met de diagonale figuur van Marianne.

Het iconische beeld
Reclames gaan uit van de geloofwaardigheid van de spreker (de dokter in de witte jas), doen een beroep op het gevoel (narigheid in alle denkbare soorten), of spreken het verstand aan (snoep verstandig, eet een appel). De Marianne de Gandon is in dat opzicht balanceerkunst. Marianne refereert aan het glorieuze verleden (geloofwaardigheid) maar is tegelijkertijd een oproep tot actie (gevoel). Het beeld heeft ook iets verstandelijks: de open, wat onderzoekende blik, waarin elke vorm van fanatisme of vast geloof ontbreekt. Omdat het beeld geloofwaardigheid, verstand en gevoel in zich verenigt, is het uitermate geschikt om lang in omloop te blijven. Zo wordt het deel van het collectieve geheugen. Elk hergebruik roept herinneringen op aan voorgaande keren, ofwel het beeld krijgt een iconische status.

Drie postzegels maken daar handig gebruik van. De Argentijnse postzegel laat Marianne uit de coulissen van de Franse vlag komen en de Franse postzegel gebruikt het spiegelbeeld om het erfgoed meer status te geven [afb 10 en 11] De Roemeense postzegel uit 1989 stapelt symbolen op elkaar door Marianne uit 1945 te verbinden met Gavroche, een hoofdfiguur uit Les Miserables uit 1862. Daartoe wordt een bijfiguur van het schilderij van Delacroix dat de opstand van 1830 als onderwerp heeft, gebruikt [afb 12].

De tijden en gebeurtenissen lopen daarmee door elkaar en dat demonstreert eens te meer het vermogen van een iconisch beeld om veel betekenissen in zich op te nemen. Daarover meer in het derde en laatste artikel in deze reeks.

(Slot volgt)

Terug naar boven

Vogeleieren 6 april 2020 – Ran van den Boom

Op 6 april, net op tijd voor Pasen op 12 april, geeft La Poste een postzegelboekje uit van 12 zegels, met als onderwerp vogeleieren. De zegels van type Lettre verte 20 g zijn bedoeld voor binnenlandse brieven tot 20 gram.

Ik heb erop zitten broeden of La Poste deze zegels uitgeeft ter gelegenheid van Pasen, omdat er geen enkele verwijzing naar Pasen in het persbericht opgenomen is. Het is ook niet zo dat Frankrijk een rijke historie heeft van eieren op zegels. Er zijn genoeg Franse zegels met vogels, maar eieren? Het dichtst in de buurt komt Le Coq de Marans uit de serie ‘Les Coqs de France’ uit 2015, waarbij de haan rechtsonder in het blok trots bij een nest met acht eieren staat.

Ik vraag me wel af: hoe kan die haan (of zijn echtgenote) acht eieren leggen? Of heeft hij ze verzameld van zijn harem? Dat is qua gedrag totaal anders dan de kippen en haan van mijn schoonvader.
Overigens: de eerste verzamelaar van eieren op zegels moet ik nog tegenkomen. Mocht deze Franse uitgifte je interesse gewekt hebben: de Faeröer eilanden, Tristan Da Cunha, Tuvalu, de Bahamas, de Grenadines of St. Vincent hebben zegels met eieren uitgegeven. Alsof vooral eilanden de landen zijn die vogeleieren op zegels uitbrengen. Bij nader inzien is het eigenlijk wel logisch: ei-land.

Terug naar het persbericht, dat er een quiz van maakt. Raad eens welke eieren er op de zegels staan? Om vervolgens direct het antwoord te geven in het persbericht, én een afbeelding te tonen van de zegels met de namen van de vogels er ondersteboven op. Dat is geen quiz, dat is voorzeggen. Daarom heb ik in de afbeelding van de zegels de namen weggegomd en er een echte quiz van gemaakt. Met de volgende hints:

  1. De eieren zijn afkomstig van de volgende twaalf vogels: kievit, huismus, kalkoen, struisvogel, bruine legkip, grijze gors, zanglijster, emoe, zwarte kraai, torenvalk, grauwe vliegenvanger, boerenzwaluw.
  2. Als je denkt: hé, zo’n ei heb ik ook thuis, dan weet je welke vogel dat ei gelegd heeft.
  3. De struisvogel en de emoe zijn verwant; hun saaie eieren juist totaal niet.
  4. De kievit moddert wat aan, de zanglijster had het vast koud, de grijze gors was verstrikt en de grauwe vliegenvanger zag iets door de bomen schijnen.
  5. Die vogel blaast hoog en stoot zich geen twee keer aan hetzelfde ei.
  6. De eieren van de huismus en de boerenzwaluw zijn net gestippelde paaseieren, en staan gebroederlijk en centraal naast elkaar. De huismus had helaas een minder vaste hand bij het schilderen.
  7. De zwarte kraai koos een plek aan de buitenkant. Het ei van de kalkoen staat naast dat van de emoe.

Appeltje eitje toch?  Zie het artikel “Quel oeuf?” voor de antwoorden.

  • Bronnen
    Communiqué de presse La Poste, Février 2020,
  • Google: eieren op postzegels

Terug naar boven

De serie Alsace-Lorraine 1870-1871 – Henk Platenkamp

De uitgave Alsace-Lorraine uit 1870 is een wat vreemde eend in de bijt van de Franse filatelie. Het gaat om een serie die zowel in de Franse als in de Duitse catalogi is beschreven. De Fransen hebben deze zegels opgenomen onder de naam ‘oorlogszegels’. De Duitsers spreken over ‘bezettingszegels’ (‘Occupations-marken’) en dat zijn het in feite ook.

Alsace-Lorraine (Yvert 1-7)

Het gaat om zeven zegels die vanaf 6 september 1870 speciaal voor Elzas-Lotharingen door de nationale drukkerij te Berlijn zijn vervaardigd nadat het Pruisische leger in korte tijd grote delen van deze regio had veroverd. Het ontwerp van deze zegels is van een ontwapenende eenvoud en te vergelijken met de latere cijferzegels van de Nederlandse ontwerpers Jan van Krimpen (1946) en Wim Crouwel (1976).

De beschrijving van deze serie is in de Franse catalogus vrij summier. Het gaat niet veel verder dan een paar kleurnuanceringen en cataloguswaarden ongestempeld, gestempeld en de waarde op brief. De zegels hebben een fijn netwerk als achtergrond met puntjes die verticaal zijn gericht. In geval de puntjes naar beneden zijn gericht spreekt men van een zogenaamde ‘burelage renversé’. De Duitse Michel speciaal catalogus onderscheidt diverse soorten afstempelingen. Onder andere diverse veldpostafstempelingen, treinstations-stempels en daarnaast ook de al bestaande Franse afstempelingen.

Mijn interesse in deze serie komt voort uit de wel zeer interessante voorgeschiedenis.
Die licht ik graag toe. De Duitse prins Leopold von Hohenzollern-Sigmaringen was in 1870 kandidaat voor de Spaanse troon, daartoe aangezet door de Pruisische kanselier Otto von Bismarck. Dat zag Frankrijk als een bedreiging en dat was precies de bedoeling van Bismarck. Frankrijk zou zich dan ingeklemd weten tussen Pruisen en Spanje, twee grote mogendheden. De Fransen realiseerden zich ook dat Pruisen vier jaar eerder de oorlog tegen Oostenrijk had gewonnen. Bismarck had al langer het streven de vele Duitse staten te verenigen tot één groot Duits rijk en zag een oorlog daartoe als een goed middel om de individuele Duitse staten te verbinden.

Wilhelms ‘Geheimrat’ Henrich Abelen stelde in reactie op de Franse eis dat de Pruisische ko- ning ook in de toekomst zijn steun aan een Duitse prins als kandidaat voor de Spaanse troon zou onthouden een tekst op die door Bismarck zodanig werd ingekort en bewerkt dat deze onacceptabel voor de Fransen zou zijn en een oorlogsverklaring door de Fransen zou uitlokken (Frans-Duitse oorlog 1870-1871. Anne Doedens en Liek Mulder. Walburg Pers 2015.). Dit stuk staat bekend als de ‘Emser Depesche’, omdat de Pruisische koning op dat ogenblik aan het kuren was in Bad-Ems. En die oorlogsverklaring kwam er. Frankrijk verklaarde vijf dagen later op 19 juli 1870 de oorlog aan Pruisen. Ook Frankrijk zag een oorlog als een middel het destijds verdeelde Frankrijk te verenigen. De Fransen waren ervan overtuigd de Pruisen te kunnen verslaan. Bismarck heeft daarop andere Duitse staten als Beieren, Baden-Württenberg en Hessen bereid gevonden mee te vechten tegen de Fransen.

De Duitse oorlogsmachine draaide veel beter en efficiënter dan de Franse. Na grote veldslagen was de Duitse zege binnen een half jaar een feit. De oorlog kostte 200.000 soldaten en een half miljoen burgers het leven. Bismarcks streven om tot één Duits Rijk te komen was gerealiseerd. Na de nederlaag begin september 1870 bij de slag om Sedan onder aanvoering van maarschalk Mac Mahon, werd Napoléon III door de Duitsers gevangengenomen. Een paar dagen later verloor hij zijn keizerschap en werd de republiek uitgeroepen. Mac Mahon bracht het later nog tot president van de Derde Franse Republiek.

Bij de definitieve afsluiting van de oorlog in mei 1871 heeft Frankrijk de gebieden Elzas en Lotharingen moeten afstaan. Bismarck voorzag de anti-Duitse gevoelens en wilde volstaan met betalingsvergoedingen en niet met het afstaan van grondgebied, maar daar ging de inmiddels tot keizer gekroonde Wilhelm I niet in mee. Met het moeten afstaan van Frans grondgebied werd inderdaad de haat tegen de Duitsers gevoed en werd zo een voedingsbodem voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog gelegd.

De Frans-Duitse oorlog kreeg ook als luchtoorlog een pril begin door de inzet van luchtballonnen. Deze oorlog leidde eveneens tot verbeteringen van de Nederlandse defensie: aan de Hollandse Waterlinie werden vier forten toegevoegd. De oorlog betekende het einde van het Franse Tweede Keizerrijk en het begin van de Derde Franse Republiek. In de Franse filatelie zien we dan vanaf oktober 1870 een nieuwe, nu getande, Cérès-uitgave verschijnen.

Terug naar boven

S.S. ‘Patria’ – Edwin Voerman

De ‘SS Patria’ was een Franse oceaanstomer gebouwd in 1913. Het schip werd gebruikt voor trans-Atlantische reizen. In 1932 huurde de ‘Compagnie des Messageries Maritimes’ (MM) het schip.

Uit dat jaar stamt de afgebeelde kaart die aan boord werd gefrankeerd, gepost en af- gestempeld. De MM zette het schip in voor rei- zen tussen Frankrijk en de Levant. Dat spoort dan ook volledig met de bestemming van de kaart: Beiroet. Brieven en kaarten afgegeven aan boord van een Frans schip werden geacht te zijn gepost op Frans grondgebied, zodat de Franse tariefregeling van kracht was. Aangezien Libanon in 1920 op de Conferentie van San Remo aan Frankrijk was toegewezen als Frans mandaatgebied gold in dit geval het tarief binnenland. Voor kaarten > 5 woorden moest van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 40 centimes worden betaald, hier voldaan met de blauwe Semeuse Camée-zegel (Yv.237).

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog diende de ‘Patria’ in februari 1939 als hospitaalschip. Op 1 januari 1940 kocht MM het schip. Op 6 juni van dat jaar voer de ‘Patria’ na een reis vanuit Beiroet de haven van Haifa binnen, in het Mandaatgebied Palestina.
Na de Italiaanse invasie van Frankrijk op 10 juni werd het voor Franse schepen gevaarlijk geacht om langs Italië te varen. Er werd derhalve besloten om de ‘Patria’ voorlopig in Haifa voor anker te laten gaan.
Kort nadat het schip in 1940 aan MM werd verkocht, namen de Britse autoriteiten het drie dagen na de Franse capitulatie in beslag en verhinderden zo het vertrek van de ‘Patria’ uit de haven van Haifa. Het kwam in bezit van de ‘British-India Steam Navigation Company (1846-1972)’. Deze wilde de ‘Patria’ aanvankelijk inzetten als troepen- transportschip.

In november 1940 werden illegale Joodse immigranten aan boord gebracht om naar een interneringskamp in Mauritius te worden getransporteerd. Om dit te verhinderen liet de Hagana (Zionistisch-Joodse paramilitaire organisatie, opgericht gedurende het Britse mandaat over Palestina, met als doel het gewapenderhand verdedigen van de Joodse gemeenschap in Palestina.) een bom aan boord ontploffen, waardoor meer dan tweehonderd mensen stierven.

De half gezonken ‘Patria’ bleef voor de kust van Haifa liggen, tot het schip in 1952 uiteindelijk werd geborgen.

Terug naar boven

Waarom de beeltenis en de randinschriften van de eerste Franse postzegels zo snel veranderden (1849-1853) – Edwin Voerman

We beginnen met een beetje geschiedenis. Toen de eerste Franse postzegel verscheen op 1 januari 1849 kende Frankrijk als staatsvorm de Tweede Republiek (1848-1852). De eerste duurde van 1792 tot 1804. Tussen 1815 en 1848 was Frankrijk een koninkrijk en kende in die periode twee revoluties. De eerste was de zgn. ‘juli-revolutie’ van 1830 en de tweede de zgn. ‘februari-revolutie’ van 1848. De eerste ging over het ongenoegen van de middenklasse die vond dat de koning teveel macht had en de tweede van 1848 ging over de hervorming van het kiesrecht.

De onvrede over het kiesrecht leefde veel breder dan alleen in Frankrijk en in 1848 beleefde heel Europa een revolutiejaar. Bij ons wist Thorbecke koning Willem II in één nacht de overstap te laten maken van absoluut vorst en conservatief tot liberaal. Op 17 maart 1848 benoemde Willem II een grondwetscommissie, die het Nederlandse staatsbestel moest hervormen. Thorbecke werd de voorzitter van deze commissie.

Kern van de nieuwe grondwet is dat de ministers voortaan verantwoording voor hun beleid schuldig zijn aan de volksvertegenwoordiging. Hierdoor werd een einde gemaakt aan de macht en de feitelijke alleenheerschappij van de koning. De koning behoudt het recht de ministers te benoemen en te ontslaan, maar de ministers zijn niet langer ondergeschikt aan de koning. Om de positie van de koning heel duidelijk te maken, werd in de nieuwe grondwet opgenomen, dat de koning onschendbaar is, en dat de ministers verantwoordelijk zijn. De koning mag dus wel blijven meeregeren, maar hij wordt beschermd én in de hand gehouden door zijn ministers. Al deze veranderingen leidden ertoe dat vanaf 1848 de volksvertegenwoordiging in het centrum van de macht staat. In grote lijnen gaat het bij ons nog steeds zo. Maar in Frankrijk liep dat (uiteraard) anders.

Karikatuur van de presidentsverkiezingen van 1848.

In Frankrijk werd op 4 november 1848 een nieuwe grondwet aangenomen, waarbij Frankrijk een democratische republiek werd met algemeen kiesrecht, een scheiding der machten en een direct verkozen regering en parlement. De regering zou geleid worden door een president die voor vier jaar werd verkozen.

Lodewijk Napoléon Bonaparte (Louis) was de zoon van onze eerste koning van Holland (1778-1843) die een broer was van keizer Napoleon I (1769-1821). Daarmee was Louis Napoléon (1808-1873) dus een volle neef van de voormalige keizer. Na de chaotische revolutiedagen van 1848 wilde de Franse bevolking nu een sterke man die de rust en stabiliteit in het land kon herstellen en vond die in de persoon van Louis Bonaparte. Bij de verkiezingen op 10 december daaropvolgend bleek hij verreweg de meeste stemmen te hebben gekregen en werd hij tot president verkozen.

De strijd ging dus tussen de koningsgezinden en de bonapartisten en werd in het voordeel van de laatste stroming beslecht. Wat ging daaraan vooraf? Na het ruw opzijzetten van de koning door de revolutionairen in 1789 en zelfs enkele jaren later de terechtstelling van koning Louis XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette, ontstond er een sterke politieke tegenstelling in Europa. De monarchie in Europa was geschokt door de staatsmoord op het Franse koningspaar. Hoe diep de weerzin tegen die gebeurtenis was verankerd valt goed terug te lezen in de enkele jaren geleden verschenen biografieën van koning Willem I en II. De gedachte aan revanche en restauratie van de oude orde leefde sinds 1789 onder de Europese adel en gekroonde hoofden en verbond ze met elkaar in steeds opnieuw gesmede coalities tegen Napoléon. Die had de macht gegrepen en de revolutionairen van het eerste uur opzij gezet. In 1804 riep hij zelfs het keizerrijk uit. De oude adel moest zich  wel naar hem voegen, want hij was lange tijd machtig en onaantastbaar. Middels een huwelijk met Marie-Louise, de oudste dochter van de aartshertog van Oostenrijk, verschafte hij zich ook een (afgedwongen) positie in de kring van de oude machthebbers. Na zijn val bleven de stroming van de oude adel en van de bonapartisten als rivaliserende bewegingen in stand. De restauratie van het koningschap na 1815 in de personen van opeenvolgend Lodewijk XVIII, Karel X en Louis-Philippe was niet erg succesvol getuige de twee revoluties tussen 1815 en 1848.

In 1840 was het bonapartisme zo populair dat werd besloten om na 19 jaar te hebben gerust op Sint-Helena het gebalsemde lijk van de oude keizer op te graven en het terug te voeren naar Frankrijk. Nadat het schip ‘Belle Poule’ vanuit Sint-Helena in Cherbourg was gearriveerd, werd de kist overgeladen op een kleiner schip en in Le Hâvre aan land gebracht vanwaar het naar Parijs ging. Overal langs de route stonden de mensen in drommen te juichen. Het positieve sentiment voor Bonaparte was evident. In dat licht bezien is het dan ook niet verwonderlijk dat een nazaat van de grote keizer in 1848 tot president werd gekozen na het falen van de restauratie-koningen.

De nieuwbakken president zag zijn kans schoon om zijn oom Napoléon I na te volgen en zelf keizer van Frankrijk te worden. Hij gebruikte de volgende drie jaar om zich van de steun van het leger te verzekeren en de verschillende politieke facties tegen elkaar uit te spelen, zoals zijn oom vijftig jaar eerder ook had gedaan.

In 1851 legde hij het parlement een grondwetswijzing voor die het mogelijk zou maken voor een president om herkozen te worden voor een tweede termijn. De grondwet van 1848 stond herverkiezing niet toe.Het parlement, dat gedomineerd werd door de ‘orléanisten die het huis Bourbon op de troon terug wilden hebben, verwierp deze grondwetswijzing.

Een staatsgreep door Bonaparte volgde op 2 december 1851. Hij kreeg daarmee dictatoriale macht. Alle uitvoerende macht lag bij nu bij president Louis. Precies een jaar later, op 2 december 1852, na goedkeuring door een overweldigende meerderheid in het parlement in een referendum, werd Bonaparte keizer van Frankrijk als Napoleon III. Dit betekende het einde van de Tweede Franse Republiek en het begin van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870).

Hier dringt zich een sterke vergelijking op met hedendaagse dictatoriale machthebbers: indien de spelregels je niet uitkomen, verander je die gewoon. Wie zich wel eens afvraagt ‘in wat voor tijden leven we eigenlijk?’ denkt maar even aan Poetin, Xi Jinping, Duterte, Maduro en meer van dat fraais en moet zich maar bedenken dat dit soort machtswellustelingen van alle tijden zijn. Niets nieuws onder de zon.

Nu de postzegels. Op 1 januari 1849 werd de eerste postzegel uitgegeven met de beeltenis van Cérès. Frankrijk is dan een republiek en Louis Napoléon is president. Op 2 december 1851 pleegt hij een staatsgreep, omdat de wet hem niet toestaat te worden herkozen. Hij is nu aan de macht als president met absolute macht. Frankrijk is dan nog steeds een republiek.

Al op 3 januari 1852, dus vrijwel direct na de staatsgreep, werd bij wet besloten om ‘Cérès’ als afbeelding op munten en postzegels te vervangen door de beeltenis van Louis Napoléon. De eerste twee waarden 10 en 25 centimes komen in september en in december 1852 op de markt. Het inschrift blijft Inschrift ‘repub. franc’. Alleen de beeltenis is veranderd. Men wilde alle courante Cérès-waarden vervangen door zegels met de beeltenis van Louis Napoléon, maar al na het ‘omkatten’ van de 10 en de 25 centimes, werd de postzegeldrukkerij ingehaald door de nieuwe werkelijkheid toen op 2 december 1852 het Tweede Keizerrijk werd uitgeroepen na het  goedgekeurde referendum. De postzegels moesten opnieuw worden veranderd en nu met inschrift ‘empire franc.’ De afbeelding bleef dit maal dezelfde. Dat gebeurde vanaf 1853. Vanaf 1862 krijgt de vorst zelfs een lauwerkrans om het hoofd. Dat had natuurlijk een reden. Die komt een andere keer aan bod. Concluderend kunnen we dus stellen dat de verandering van de postzegels en van de munten tussen 1849 en 1853 volledig politiek zijn ingegeven.

Terug naar boven

Uit de tijdschriften – Jos van Zijl

L’Echo de la Timbrologie van januari t/m juni 2020 (nrs. 1946-1951; 1949 ontbreekt). Het belangrijkste in de Echo is ongetwijfeld de uitgebreide filatelistische rubriek over de TAAF en de tochten van het onderzoekschip Marion Dufresne. Is dit niet uw verzamelgebied, dan raad ik een abonnement af, want er staat zelden iets interessants in het blad.


In nr. 1946 het laatste deel over de frankering van briefkaarten als ‘drukwerk’ en een overzicht van alle emissies in 2019. Nr. 1947 wijdt aandacht aan valse opdrukken op de 25 c van St.Pierre et M. van Dulac (YT 296-309) en 20 bladzijden aan filatelistische rariteiten. Ook deel 1 van een studie over het gebruik van de 25 c Sage. In nr. 1948 van maart, een uitleg over hoe gerepareerde zegels te herkennen en deel 2 over de 25 c Sage. Nr. 1949 ontbreekt, maar deel 3 over van de 25 c Sage vinden we in nr. 1950. Hierin ook een uitvoerig verhaal over het gebruik van maritieme radio- communicatie (Transmission sans Fil – TSF), de Lettres Océan en de Radiotélégrammes. Tenslotte verrast nr. 1951 met een artikel over de postale routes in Colombia.

Timbres Magazine 220 – 223 (maart – juni 2020) bevatten de afleveringen XII t/m XVI van een serie artikelen over de Daguin stempels. Aveyron, Bouches-du-Rhône, Calvados, Charente en Charente-Maritime. Hoewel de alfabetische volgorde van de departementen het begin van een serie suggereert, doet de nummering vermoeden dat er al 11 afleveringen eerder zijn verschenen. Ik zal dit controleren. In 220 het zoveelste artikel over de taille-douce en een artikel over de frankering van poststukken met aangegeven waarde (Lettres chargées en valeur déclarée). In 221 iets voor de verzamelaars van het type Paix: 50c rose-rouge, faux pour tromper la Poste. In 222 een rijk geïllustreerd artikel over de entiers van het type Sage. In 222 een uitleg van het Heliogravure proces en een artikel over de ontdekking van een nieuwe variëteit van de 1c ardoise van het type Blanc.

The Journal of the France & Colonies Philatelic Society van April 2020 (292) is vooral interessant voor verzamelaars van de Franse gebieden. Behandeld worden de Centraal Afrikaanse Republiek (deel 1) en het Franse protectoraat over Syrië en Libanon van 1919 tot 1925 (deel 3 ? Deel 2 schijn ik gemist te hebben).Ook een vervolg op het in nr. 291 verschenen artikel over krijgsgevangen post gedurende WO II.

Niet onvermeld mag de bijdrage van Edwin Voerman blijven over het nauwelijks tot niet gebruikt zijn van sommige zegels uitgegeven t.g.v. de winterspelen in Grenoble in 1968.

Terug naar boven

Quel oeuf ? – Ran van den Boom

Antwoorden op de vragen van het artikel Vogeleieren.

Van links naar rechts op de bovenste rij: zwarte kraai, struisvogel, grijze gors, zanglijster, kalkoen, emoe.

Onderste rij: torenvalk, grauwe vliegenvanger, boerenzwaluw, huismus, bruine legkip, kievit.

Terug naar boven

Bij de achterpagina – Edwin Voerman

Intocht van prins-president Louis Napoléon in Parijs op 16 oktober 1852.

Op dat moment regeerde Louis als president over de republiek met absolute volmachten na zijn staatsgreep van december 1851. Na het referendum werd in december 1852 het Tweede Keizerrijk uitgeroepen. (Zie artikel ‘Waarom de beeltenissen ……’)

Terug naar boven

osta viagra Viagra kopen online Nederland Silagra online kaufen ohne rezept Cialis kopen online Acheter Cytotec Comprare cialis online Acheter Cytotec en France