Marianne Bulletin 192 – februari 2017

Artikelen:

Bij de voorpagina – Roelof van der Kamp

Een uitbundig gefrankeerd poststuk, aangetekend, verzonden op 28 november 1973 uit Charleval (Eure) en aangekomen in Conches (Eure) op 29 november 1973. Briefport FF 0.90, aantekenrecht FF 3.00.

Het aantekenrecht is voldaan met het zegel met Yvert­nummer 1751. Voor de briefport zijn verschillende zegels met waarde in oude francs (voor 1960). In totaal was hiervoor 90 oude francs nodig.

Gebruikt zijn zegels uit de uitgiften:

  • 1900 Blanc
  • 1926 Semeuse
  • 1932 Paix
  • 1938 Mercure
  • 1940 Iris
  • 1944 Marianne de Dulac
  • 1945 Marianne de Gandon
  • 1945 Ceres
  • 1946 Armoiries de Provinces
  • 1955 Marianne de Muller.

Als U de moeite neemt om het totaal van deze zegels te tellen komt U uit op een totaalbedrag van 95 oude francs. Vooraan op de onderste rij zit de Yvertnummer 719A (5 franc rose). Deze zegel verscheen op 1 januari 1947 werd vanaf 3 januari 1947 verkocht voor 4,50 francs, wat ook de frankeerwaarde was en op 1 april 1947 ongeldig verklaard.

Terug naar boven

Postzegels met een nominale waarde van 1F25 (1932-1937) – Edwin Voerman

In de emissiegeschiedenis van Frankrijk is de uitgifte van postzegels zelden zo ongelukkig en overbodig geweest als die van de zegels met een nominale waarde van 1F25 type Paix en Victor Hugo (Afb. 1a, 1b en 1c) in de periode 1932 – 1937.

1a. Maury nr. 293. Boekdrukzegel van 1f25 met de beeltenis
van Victor Hugo (11 december 1933-mei 1935).

1b. Maury nr. 287. 1f25 type Paix (oktober 1932-december 1933).

1c. Maury nr. 304. Plaatdrukzegel van 1F25 met de beeltenis
van Victor Hugo (20 mei 1935-december 1937).

Hoewel wel vaker zegels werden uitgegeven zonder specifiek postaal doel als zgn. ‘aanvullingswaarde’ vinden we die meestal in de categorie van de zegels met ofwel een zeer lage nominale waarde of juist met een heel hoge voor het snel dekken van hoge (luchtpost-) tarieven.

De waarde van 1F25 bevindt zich echter in het midden van het spectrum aan verkrijgbare zegels uit deze periode en dat wekt verbazing. In de ‘Bulletins Officiels du Ministère des Postes, Télégraphes et Téléphones’ is geen enkele overweging omtrent het nut van deze waarde te vinden. Slechts het besluit tot uitgifte genomen door Henri Queuille (Afb. 2), minister van posterijen is traceerbaar in het bulletin van 1932 op pagina 625. Besluit van 28 juli 1932, artikel 1: « sont créés les timbres-poste de 1 fr. 25 et de 1 fr. 75 »

afb. 2 Henri Queuille. Minister van de Franse posterijen
van 3 juin 1932 – 18 décember 1932

Meer is er niet. Feit is dat de minister graag figuren van nationaal belang op een aantal zegels afgebeeld zag in navolging van de Duitse contemporaine emissies. Zo zagen in Frankrijk in 1933 zegels het licht met de portretten van Aristide Briand (30C), Paul Doumer (75C) en Victor Hugo (1F25).

De boekdrukzegel van Victor Hugo (Maury 293) kwam uit op 11 december 1933 en diende meteen al ter vervanging van de in oktober 1932 verschenen waarde van 1F25 type Paix (Maury 287). Op zijn beurt werd de boekdrukzegel van Victor Hugo in mei 1935 weer vervangen door een plaatdrukzegel van 1F25 met eveneens een afbeelding van Victor Hugo (Maury 304). Van beide Victor Hugo zegels werden elk 5 miljoen exemplaren gedrukt.

De oplage van de 1F25 type Paix is niet bekend, maar in november 1934 werden 10 miljoen exemplaren overdrukt met50C(Maury 298) om te dienen als zegel voor het binnenlands brieftarief. Aangezien de 1F25 type Paix in slechts één enkele drukgang is vervaardigd, mogen we aannemen dat het merendeel van deze zegels na een bestaan van ruim 1 jaar als muurbloempje (oktober 1932-december 1933) roemloos in de opruiming is gegaan. (Afb. 3 en 4).

afb. 3 Opruimingsuitgifte 50C/1F25 type Paix overdruk op een binnen­ lands briefje van 30 januari 1935 volgens het tarief van 9 augus­ tus 1926 tot 12 juli 1937.

afb. 4 Opruimingsuitgifte 50C/1F25 type Paix overdruk op een brief buitenland van 31 december 1934 volgens het tarief van 1F50 dat gold van 1 augustus 1926 tot 1 augustus 1937.

In de periode 1932-1937 was sprake van een lang tijdvak met stabiele posttarieven. Die periode liep voor het binnenland van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937, bijna 11 jaar, terwijl de periode daarvoor juist erg onrustig was geweest en vele tariefwijzigingen had gekend.

Dat had alles te maken met de hoge openbare schuld tengevolge van de kosten van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel de Franse inflatie in juli 1926 op jaarbasis nog 350% bedroeg, slaagde de regering er in de loop van dat jaar in om internationale twijfels omtrent de houdbaarheid van de openbare schuld weg te nemen. In december 1926 had men de koers van de Franse frank weten te stabiliseren. Gevolg was dat importen voor de Fransen veel duurder waren geworden dan voorheen het geval was, maar de export ontwikkelde zich daarentegen op het nieuwe wisselkoersniveau spectaculair en het geld vloeide richting Parijs.

Vanwege de financiële stabiliteit bestond er geen behoefte de posttarieven aan te passen en bleef een zegel met de nominale waarde van 1F25 tot het einde van deze tariefperiode (12 juli 1937) verkrijgbaar. Indien we eens langs de gebruiksmogelijkheden van de 1F25 lopen, dan zal het niemand verbazen dat alle 3 de zegels als enkelfrankering vrijwel niet te vinden zijn. Kijkt u maar mee.

De waarde van 1F25 kwam overeen met die van het aantekenrecht dat van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937 onveranderd bleef. Dit betekent dus dat de 1F25 als enkelfrankering kon worden gebruikt bij aangetekende brieven die voor wat het normale brieftarief betreft portvrijdom genoten (‘en franchise’) en waar slechts het aantekenrecht hoefde te worden voldaan. Die situatie kwam alleen voor bij de correspondentie van en naar overheidsinstanties of tussen personen die om specifieke redenen portvrijdom genoten. Dat was natuurlijk slechts bij een fractie van de verzonden post het geval (Afb. 5).

afb. 5 Maury nr. 304. Plaatdrukzegel van 1F25 met de beeltenis van Victor Hugo op een aangetekende brief binnenland van 15 februari 1936 ‘en franchise’ verzonden. In dit geval hoefde slechts het aantekenrecht van 1F25 te worden voldaan en gold voor het briefport van 50C vrijstelling.

Veel vaker zien we dat de 1F25 op een aangetekende brief moet worden bij gefrankeerd met een zegel van 50C om tot het tarief van 1F75 te komen dat gold voor een aangetekende brief (Afb. 6, 7, 8 en 9)

afb. 6 Aangetekende brief binnenland van15 januari 1934. Brieftarief 50C van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 en aantekenrecht 1F25 van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937 zijn in deze combinatie fraai in beeld gebracht.

afb. 7 Aangetekende brief binnenland van 10 februari 1934. Brieftarief 50C van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 en aantekenrecht 1F25 van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937. Ongebruikelijke combinatie van de zegel van 1F25 Victor Hugo (Maury nr. 293) en Maury nr. 257, 50C Jeanne d’Arc welke hier verlaat is gebruikt.

afb. 8 Aangetekende brief binnenland van 30 oktober 1934. Brieftarief 50C van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 en aantekenrecht 1F25 van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937. Combinatie van de zegel van 1F25 Victor Hugo (Maury nr. 293) en Maury nr. 283, 50C type Paix.

afb. 9 Aangetekende brief binnenland van 31 maart 1936. Brieftarief 50C van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 en aantekenrecht 1F25 van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937. Combinatie van de zegel van 1F25 Victor Hugo (Maury nr. 304) en Maury nr. 283, 50C type Paix.

Een vreemde situatie wanneer we bedenken dat er voor de frankering van een aangetekende brief toch gewoon een zegel van 1F75 type Paix circuleerde (Afb.10).

afb. 10 Aangetekende brief binnenland van 1 mei 1933. Brieftarief 50C van 9 augustus 1926 tot 12 juli 1937 en aantekenrecht 1F25 van 18 juli 1932 tot 12 juli 1937. Frankering met 1 zegel type Paix van 1F75 (Maury nr. 289) dat speciaal voor dit doel was uitgegeven.

Een bedrag van 1F25 was ook verschuldigd voor de ver­ zending van een aangetekend monster zonder waarde met een gewicht tussen de 100 en 200g, maar dat zijn natuurlijk toevalstreffers. Voor dat doel geef je geen aparte zegel uit. Toevallig kan ik u er één laten zien (Afb. 11).

afb. 11 Aangetekend monster zonder waarde van de 3e gewichtsklasse verzonden op 16 september 1935. Tarief monsters van 6 april 1932 tot 28 mei 1936 20C tot 50g en 30C tot 100g. Voor elke 100g extra kwam er 20C bij. Voor een monster gold een speciaal aantekenrecht, nl. dat voor een ‘Objet à Prix Réduit’ (OPR). Vandaar ook de roze kleur van het aantekenstrookje. Dat bedrag was 75C (in plaats van de gebruikelijke 1F25 voor een brief). Voor het monster was dus verschuldigd 50C en voor het bijzondere aantekenrecht nog eens 75C. Totaal precies 1F25. Een toevalstreffer.

Tenslotte was er ook 1F25 verschuldigd voor 2e gewichtsklasse brieven naar Luxemburg en naar Canada, landen die een begunstigd tarief genoten. Ook niet bepaald veel voorkomende post.

Natuurlijk zijn er ook na 1937 nog uitgiften geweest van zegels zonder direct postaal doel, maar de anomalie van de uitgifte van de 1F25 zit hem in het feit dat je de zegels slechts sporadisch op zichzelf kunt gebruiken en dus bijna altijd moet bijplakken, terwijl voor aangetekende brieven met één enkel zegel van 1F75 kon worden volstaan. Voor die enkele keer dat 1F25 werd verlangd, had het tarief best mogen worden samengesteld met bijvoorbeeld een 1F en een 25C. Daar heb je geen specifiek zegel voor nodig.

 Terug naar boven

Joost van Vollenhove – Roelof van der Kamp

In 1944 verscheen in Frans Indo-China een serie postzegels met als thema “Grandes figures de l’Indochine”(Yvert 249-260). Op de waarden van 1 centime en 10 centime staat een portret met het bovenschrift “Van Vollenhoven”. Het bijschrift in Yvert vermeldt: “Joost van Vollenhoven (1877–1918)”.

De heer G.A. Geerts, van wie in de 2 voorgaande edities van het Marianne Bulletin artikelen zijn opgenomen, schreef in 2014 een brochure “In het voetspoor van Joost van Vollenhoven”.

De brochure is te uitgebreid om in het Marianne Bulletin in zijn geheel opgenomen te worden, ik geef een samenvatting van de inhoud van deze interessante persoon.

Joost van Vollenhoven wordt in 1877 geboren in de Rotterdamse wijk Kralingen. Zijn vader is wijnhandelaar. In 1886 vertrekt het gezin (vader, moeder en 3 zonen) naar Algiers, waar zijn vader denkt daar betere kansen te hebben voor zijn wijnhandel. Joost en zijn broers volgen daar het lyceum, daarna gaat hij naar École Supérieure de Droit, waar hij in 1899 met lof slaagt.

Zijn ambitie is om bestuursambtenaar in de Franse koloniën te worden. Hij vertrekt naar Parijs, laat zich tot Fransman naturaliseren en schrijft zich in voor de École Coloniale. In 1903 voltooit hij zijn opleiding aan deze school en rondt hij zijn rechtenstudie af. Zijn proefschrift om het doctoraat in de rechten te krijgen handelt over de fouten in het koloniale bestuur en maatregelen tot verbetering van het lot van de boeren en hun familie. Dit thema zal een leidraad zijn in zijn verdere carrière.

Hij wordt na zijn afstuderen aangenomen bij het ministerie van koloniën. Van 1906 tot 1912 bekleedt hij een aantal hoge functies in de Franse koloniën in Afrika. In 1912 wordt hij overgeplaatst naar Frans Indo-China. Hij wordt secretaris-generaal, daarna directeur financiën en in 1914, als de gouverneur-generaal naar Frankrijk vertrekt om minister van koloniën te worden, waarnemend gouverneur-generaal. Zijn houding tegenover de inheemse bevolking conform zijn proefschrift maakt hem bijzonder geliefd. In maart 1915 neemt hij ontslag uit zijn functie vertrekt naar Parijs en meldt zich aan bij het regiment waar ook zijn broers dienen. Hij vecht bij Arras, in de Elzas en aan de Somme.

In 1917 verandert de situatie in Frankrijk. Door de lange duur van de oorlog wordt de proviandering van het Franse leger steeds moeilijker. De oplossing wordt gezocht in een efficiëntere export van voedingsproducten uit de Franse koloniën in Afrika. De minister van koloniën in 1917 is André Maginot. Op zijn voordracht wordt Joost van Vollenhoven benoemd tot gouverneur-generaal van Frans West Afrika (Afrique Occidentale Française).

Hij gaat zeer voortvarend te werk, organiseert het transport van producten naar Frankrijk. De gouverneurs van de gebieden van de A.O.F. instrueert hij om naast de Franse belangen ook de belangen van de inheemse bevolking te beschermen.

Eind 1917 verandert de militaire situatie aan het Westelijk front. Door de Duits-Russische vrede ten gevolge van de Russische revolutie kunnen de Duitsers meer troepen aan het Westelijk front inzetten. Voor Frankrijk betekent dat een verslechtering. Weliswaar komen er Amerikaanse troepen in West Europa aan, maar het tempo van de opbouw van deze Amerikaanse legermacht is laag. De oplossing wordt gezocht in et rekruteren van soldaten in Frans Afrika. De oplossing is niet onomstreden. Binnen de Franse leger­ leiding zijner felle tegenstanders, onder andere Generaal Petain. Eind 1917 vindt in Frankrijk een wisseling van de regering plaats. George Clemenceau ( bijgenaamd ‘de tij­ ger’) wordt minister-president en minister van oorlog, André Maginot wordt vervangen door Henri Simon. De nieuwe minister van koloniën geeft van Vollenhoven opdracht de werving van inheemse soldaten met kracht ter hand te nemen.

Joost van Vollenhoven raakt in een gewetensconflict. Zijn overtuiging verzet zich tegen een geforceerde rekrutering, zijn loyaliteit verzet zich tegen een weigering om dit bevel uit te voeren. Hij besluit naar Parijs te gaan om met de minister Henri Simon te overleggen.

Op 11 januari 1918 komt hij aan in Parijs. Hij krijgt op 15 januari een decreet van Clemenceau te lezen waarin de heer Diagne, kamerlid namens Sénégal benoemd wordt tot commissaris, belast met versnelde rekrutering van troepen in geheel Frans Afrika. Voor van Vollenhoven komt dat neer op een onacceptabele ondermijning van zijn gezag . Hij biedt zijn onmiddellijke ontslag aan en verzoekt weer in het leger opgenomen te worden. Clemenceau weigert in eerste instantie zijn ontslag en zijn verzoek maar van Vollenhoven houdt voet bij stuk. Hij vertrekt in februari 1918 naar het front. Op 19 juli raakt hij bij een Duitse aanval dodelijk gewond en overlijdt 1 dag voor zijn 41e verjaardag.

Zijn nagedachtenis leeft niet alleen voort in de postzegels. In de botanische tuin van Hanoi is lang geleden een herdenkingsmonument voor hem geplaatst. Of dit alle oorlogshandelingen in Vietnam heeft overleefd is onduidelijk. In Dakar (Sénégal) is een lyceum naar hem genoemd.

In het Pantheon in Parijs komt zijn naam voor op een van plaquettes met namen van de gesneuvelden.

Op het slagveld in de Chemin des Dames (midden in de driehoek Laon – Reims –Soissons) staat op een van tekstborden bij het uitzichtpunt La Royère de tekst: ”Nam uit protest tegen ronselpraktijken voor kanonnenvlees in Afrika ontslag uit zijn functies en keerde terug naar het front”. In 1938 werd in het dorp Longpont, waar hij sneuvelde een monument te zijner ere onthuld.

Terug naar boven

Met Daguin door Frankrijk (4) – Regio Lorraine – Egmond van Rijn

Inleiding

Lorraine, in het Nederlands Lotharingen, heeft een rol gespeeld (en speelt die in zekere zin nog) in onze vaderlandse geschiedenis. Na de dood van Karel de Grote, heerser over heel het huidige West-Europa, werd zijn enorme rijk, het Frankische Rijk, bij het verdrag van Verdun (843 n.Chr., Cérès 2211) verdeeld onder zijn drie mannelijke kleinkinderen, Karel de Kale, Lodewijk de Duitser en Lotharius I. De eerste erfde West-Francië, een gebied dat met het latere Frankrijk overeenkomt, de tweede Oost-Francië (min of meer het Duitsland van nu) en Lotharius kreeg het middendeel, dat zich uitstrekte van Holland tot Noord-Italië en onder meer het gebied omvatte waar nu Luxemburg, en Zwitserland liggen. Enerzijds was dat misschien wel het mooiste en productiefste deel, maar het bleek in de loop der eeuwen onverdedigbaar, zo ingeklemd tussen twee reuzen. Veel latere gebeurtenissen kunnen hierdoor verklaard worden, waaronder het ontstaan van het Bourgondische Rijk, de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871 en zelfs de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, voorloper van de Europese Unie.

De vier departementen, Meuse, Meurthe-et-Moselle, Moselle en Vosges zijn niet meer precies zoals ze tijdens de Franse Revolutie werden vastgesteld. Een groot deel van de toenmalige landstreek Lorraine werd na het verlies van Frankrijk in de oorlog tegen Pruisen bezet gehouden tot Frankrijk de opgelegde oorlogsschatting zou hebben betaald (wat in vijf jaar tijds gelukte), een kleiner deel werd, samen met de gehele Elzas, ingelijfd bij Duitsland. Wat Lorraine betreft ging dit om vrijwel de gehele toenmalige Moselle en om het oostelijke deel van de Vosges. Zich neerleggend bij de annexaties voegde Frankrijk daarop het overgebleven deel van de Moselle bij het departement Meurthe en herdoopte dat in Meurthe-et-Moselle. Toen de facto eind 1918 en de jure bij het Vredesverdrag van Versailles de geannexeerde gebieden in de Franse schoot terugkeerden, handhaafde het die indeling. Moselle ging bestaan naast Meurthe-et-Moselle maar het stukje Vosges werd bij de rest van dat departement ingedeeld.[1]

De Daguins met dubbel datumstempels, van 1883, zijn uiteraard nimmer gebruikt in de geannexeerde gebieden. Toen de Daguin Flammes verschenen, in 1924, was alles weer Frans en bleken dit gewilde stempels om Lorraine, in de vorm van de vier beschouwde departementen, aan te prijzen.

De regiopostzegel uit 1979 is wel erg neutraal. De ontwerper, Henry Fuss, heeft niet getracht de karakteristieken van ieder van de vier departementen te vatten. Dat was ook onuitvoerbaar. Hij volstond met een gestileerde distel. Met enige fantasie kun je er ook een Pokemon in zien, een ander monstertje of een vleermuis.

Meuse (55)

De Meuse is genoemd naar de rivier de Maas, die ontspringt in Frankrijk, stroomt door België en Nederland en uitmondt in de Noordzee. Met 192.000 inwoners op een groot oppervlakte is het dun bevolkt. Verdun, de grootste stad, moet de Préfecture laten aan Bar-le-Duc. Zes steden en een fort (!) gebruikten de Daguin.

Vaucouleurs is een historisch belangrijke stad, omdat daarvandaan Jeanne d’Arc (1412-1431) uitrukte om Frankrijk van de Engelsen te bevrijden en Karel VI te laten kronen in Reims. Dat was in 1429. Zij deed dat door op haar paard door de Porte de France te rijden. Dit heroïsche moment staat afgebeeld op Cérès 1579. Die Portede France bestaat nog (of weer?) en ligt in het hoge deel van het stadje, te bereiken via een vrij steile weg.

afb 3a Vaucouleurs, Porte de France

Die Porte (afb 3a) is verre van imposant. De vroede vaderen moeten in de loop der eeuwen hebben beseft dat deze poort van zo grote historische waarde was (of zou worden) dat zij moest worden behouden, ook al leidt zij inmiddels tot niets.

Informatieve bordjes, nog geen twee decennia oud, verwijzen naar de historische gebeurtenissen en duiden erop dat Jeanne hier in de crypte van de naastgelegen kerk (herbouwd bovenop de historische crypte) geregeld ging bidden. Die crypte wordt vermeld in de vlag die gewijd is aan deze bijzondere, ja eigenlijk legendarische vrouw (afb 3b).

 afb. 3b

Een zeldzamer stempel uit 1929 (geen plaatje) vestigt de aandacht op het vijfde eeuwfeest van dat uitrijden door die poort. Zoals eerder geschreven, Jeanne is een van de niet meer dan zeven personen die een Daguin haalden. Als het waar is wat ik een Franse gids eens heb horen beweren: “Jeanne d’Arc? Elle n’a jamais existée!”, dan blijven er nog zes over.

Bijna alle andere Daguins van de Meuse gaan over de rampzalige slag bij Verdun, waar beide opponenten doelbewust hun soldaten massaal de dood injoegen. De berekening aan Duitse zijde (verzonnen door generaal Von Falkenhayn) was dat Duitsland die slag zou winnen, want het had meer soldaten. Er sneuvelden 362.000 Franse en Duitse militairen, 70 duizend per gevechtsmaand. Het is nog steeds een van de raadselen van de geschiedenis waarom politici toen geen vredesbesprekingen zijn begonnen om aan deze en andere zinloze slachtingen een eind te maken. Na die oorlog beginnen vlagstempels op te roepen de slagvelden te bezoeken (afb 4).

afb 4

De afbeelding laat zien dat er in deze langlopende oproep grote verschillen bestaan in zowel datumstempel als vlagtekst en –lay-out. In 1929 viert Verdun het Fête des soldats. Ik ga ervan uit dat het nog te vroeg was daar ook overlevende Duitse soldaten bij uit te nodigen (afb 5).

afb. 5

In Douaumont, het fort waar buitengewoon heftig om is gevochten, wordt een gigantisch grafmonument (Ossuaire) opgericht met de stoffelijke resten van nimmer geïdentificeerde strijders. Dit zijn allemaal lastig te vinden stempels, die ik dan ook niet bezit.

afb. 6

Na al dit wapengeweld bieden de resterende vlaggen de mogelijkheid weer even op adem te komen: Saint-Mihiel (afb 6) en de Cure d’Air in Clermont (afb 7).

afb. 7

Meurthe-et-Moselle (54)

De rivier Meurthe ontspringt in de Vogezen op1.150 m hoogte nabij de Hohneck en komt 160 km verder uit in de Moselle (Moezel). Die Moselle vindt haar oorsprong op slechts 715 m hoogte, maar doet er 560 kmover om de Rijn te bereiken. Zij stroomt dan eerst nog langs Luxemburg en door Duitsland. Uiteindelijk komt al dat water bij ons in de Noordzee terecht. Het departement is dus ontstaan uit de niet geannexeerde delen van de oude Meurthe en van de Moselle. De taal is er zuiverder Frans dan in de Elzas en in de Moselle. Metz in de Moselle heeft sterk het karakter van een Duitse stad en 50 jaar bestuur door Duitsland heeft dat nog versterkt. Daarentegen is de Nazi-bezetting van 1940-1944 door de bewoners allerminst als prettig ervaren. Zes plaatsen gebruikten een of meer Daguins, maar geen van die stempels herinnert aan de oorlog tegen Pruisen. Liever greep het lokale bestuur terug op vroegere gebeurtenissen of op het nieuwe element dat voor welvaart en werkgelegenheid zorgde: mijnbouw en metaalindustrie.

Wat de oude glorie betreft wijst Baccarat op zijn monumenten (afb 8).

afb. 8

Die worden niet met name genoemd, maar dat moeten vooral de kerk van Saint-Rémy en haar glas-in-loodramen en het kristalmuseum betreffen. Daaraan is een andere vlag gewijd, die ik niet kan tonen, hoewel de vlag uiterst compact is: “Baccarat, son cristal”.
Longwy wijst op zijn ommuring (remparts) ontworpen door Vauban (afb 9).

afb 9

Deze vestingbouwer komen we later ook nog tegen. Zijn volledige naam was Sébastien le Prestre, marquis de Vauban (Cérès 1029). Waar je ook komt in Frankrijk, er is overal wel een fort of vesting die door hem is gebouwd, verbouwd of aangepast aan de eisen van de toenmalige oorlogvoering. Ook hij behoort tot de weinige personen die hun weg naar een Daguin hebben gevonden.

afb 10

In Nederland hadden wij in Menno van Coehoorn een waardig tegenhanger van Vauban. Pont-à-Mousson wijst op zijn bos en op Le Prêtre (afb 10). Dat gaat eigenlijk helemaal niet om mooie bomen in wier schaduw het prettig wandelen is, maar om het Bois-le-Prêtre, waar in 1914 en 1915 heftig gevochten is en duizenden soldaten het leven lieten. Het was de laatste Duitse poging om de Franse linies te doorbreken. Daarna verzandde het conflict in de bekende loopgravenoorlog. Toul gaat wel toeristisch en roemt zijn kerken, straatjes en stadsmuren (afb 11).

 afb. 11

Toul, dat mag niet onvermeld blijven, behoort samen met Verdun en Metz tot de drie bisdommen die in de zestiende eeuw tot Frankrijk zijn gaan behoren via vredesverdragen met Karel V en diens opvolgers. Daarvan was Metz nu ‘definitief’ (zo was de Duitse bedoeling) bij Duitsland ingelijfd. Maar in Noordoost Frankrijk lijkt niets voor eeuwig (kom ik op terug bij Bas-Rhin).

De nieuwe tijd vindt zijn weerslag in Longwy, dat zichzelf de Cité de fer noemt in het al getoonde stempel (afb 9) en eveneens in Villerupt dat spreekt over zijn hoogovens, smelterijen en staalgieterijen.[2]

Vosges (88)

De Vosges, genoemd naar het gelijknamige gebergte, de Vogezen, is rijk aan stempels, ook van Daguin. Het telt liefst twaalf plaatsen met een of meer daarvan. Remiremont telt er zelfs vier. In al die gevallen is nog verder onderscheid te maken naar de plaats van de vlag ten opzichte van het datumstempel. De vlag staat meestal links. Een rechts staande vlag is vaak iets zeldzamer (en duurder bij aanschaf van het poststuk). De letters kunnen verschillen in grootte, spatiëring en vorm in zowel het datumstempel als de vlag. De vlag kan gedraaid zijn ten opzichte van het datumstempel of datum ten opzichte van vlag. Er kan onder de dubbele afdruk een zwarte volle cirkel zichtbaar zijn van de piston- toucheur (die de klap van de afstempeling verend opvangt, maar die niet geïnkt behoort te zijn). Het kastje van de vlag heeft meestal afgeronde punten, maar soms zijn ze vierkant. Tenslotte kan zelfs het type datumstempel verschillen: het kan zeshoekig zijn, met onderbroken ring (tireté) of een dubbele ring hebben. Ik vermeld dat nu, maar zal er in de loop van de ronde van Frankrijk hooguit terloops op wijzen, want anders wordt die ronde voor de Grand Tour te specialistisch.

afb 12

afb 13

Maar als ik schrijf dat Gérardmer twee Daguins heeft gehad (afb 12 en 13) dan zijn dat twee verschillende teksten, maar zeker vijf verschillende stempels.

De beschouwde stempels hebben een grote voorkeur voor gezondheid, te betrekken door water uit bronnen, dat als helend werd (en vaak nog wordt) beschouwd.

afb. 14

afb. 15

afb. 16

Hier in de Vosges bevonden zich vele kuuroorden, omdat de streek overloopt van de bronnen. Voorbeelden zijn Contrexéville (afb 14), La Bresse (Cure d’Air, niet getoond) en Plombières (afb 15 en 16; entérite = darmontsteking). Niet onvermeld mag blijven dat in Plombières keizer Napoleon III en de ‘minister-president’ van Sardinië, de hertog van Cavour, elkaar in 1858 ontmoetten en tot een akkoord kwamen: Napoleon zou de Italiaanse eenwording, eventueel met geweld tegen Oostenrijk, steunen en Cavour beloofde de Savoie en het Comté de Nice aan Frankrijk af te staan. Precies dat gebeurde twee jaar later.

La Bresse en Saint-Dié, teleurgesteld dat er geen geneeskrachtig water uit de vloer komt, gooien het in hun vlaggen op de frisse lucht (afb 17).

afb. 17

Vittel, met ook drinkbaar mineraalwater, kent door zijn baden een bijpassend casino. Het wijst al in de jaren dertig op de mogelijkheid hier te sporten (afb 18).

afb. 18

Meer badplaats dan Bains-les-Bains kan een stad niet heten (afb 19, artères zijn bloedvaten)

afb. 19

Voor wat betreft cultuur zijn het vooral Remiremont (zijn arcaden – zie ook Cérès 2950 – en zijn abdij, afb 20) en Saint-Dié (klooster en museum, afb 21) die zich doen gelden.

afb. 20

afb. 21

Moselle (57)

Het hele in de boezem van Frankrijk teruggekeerde Duitse Lotharingen werd in 1919 het departement Moselle, zonder Meurthe et-Moselle te hinderen met een eventuele terugkeer naar slechts de Meurthe of herstel van de Moselle van vroeger.

Zeven plaatsen gebruikten een Daguin, waarvan ik slechts twee eigen exemplaren kan tonen. Als Longwy zich Cité de Fer noemt, komt Thionville uit op Métropole du Fer (afb 22).

afb. 22

Merk op dat het om twee verschillende kantoren gaat: Thionville en Thionville-gare. Sierck is dan weer een badplaats (heet tegenwoordig Sierck-les-Bains) en vertrouwt dat aan de vlag toe (afb 23). Er staat (moeilijk leesbaar): Sierck/les bains/ses eaux/cure d’air).

afb 23

Hierbij bij uitzondering een SECAP, van Merlebach, met dezelfde tekst als de Daguin, maar dan met bijpassende illustratie (afb 24).

afb. 24

En dan ook nog maar een van Internet geplukt: Sarrebourg (afb 25), gelegen aan de Saar.

afb. 25

Curieus is Rombas, waar in 1935 een fiatlelietentoonstelling werd gehouden. Het stadje gebruikte een Horoplanafstempeling en dat is geen gebruikelijk en waarschijnlijk zelfs onmogelijk datumstempel in een Daguinmachine.

afb. 26

Naast dit stempel zette het kantoor (of lokale filatelisten?) gedurende korte tijd een rechthoekige op Daguin lijkende vlag, ook met de hand. Deze worden nogal eens bij online veilingen aangeboden, maar zijn dus helemaal geen Daguins (afb 26).

De belangrijkste stad Metz bezat geen Daguin-machine. Zij benutte de andere mechanische machines met hoger rendement. Na de wederinlijving bij Frankijk, tot zelfs 1931, was daar ook de Duitse machine “Sylbe und Pondorf” nog actief. De volgende aflevering zal ons oostwaarts voeren naar de Elzas, aan de andere kant van de bergkam van de Vogezen.

Noten:

[1] Zie hierover twee artikelen die ik eerder schreef voor Marianne, eind 2010.
[2] Helaas heb ik geen afdruk hiervan beschikbaar.

Egmond van Rijn
Wordt vervolgd

Terug naar boven

Merkwaardige zaken op Franse postzegels, deel 9 – Roelof van der Kamp

In de vorige aflevering van deze rubriek kondigde ik het eind aan van deze rubriek.

Ik kreeg het septembernummer van het blad Thema onder ogen. De hoofdredacteur, Henk van Zutphen, schrijft daarin een artikel over de Franse ontdekkingsreizigers in Noord Amerika.

Aan de orde komt Jacques Cartier. Over de herdenkingszegel uit 1934 heb in een eerdere aflevering iets geschreven. In 1984, 50 jaar later verscheen opnieuw een postzegel met zijn beeltenis. Deze postzegel is het Franse gedeelte van een gemeenschappelijke uitgave met Canada.

Jacques Cartier leefde van 1491 tot 1557. Jean Nicot (over zijn postzegel heb ik ook eerder bericht) bracht in 1560 voor het eerst tabak mee uit Portugal, waar hij ambassadeur was aan het hof in Lissabon. Het pijpje waaruit Jacques Cartier op de postzegel rookt, is van een model dat rond 1580 voor het eerst gebruikt werd door Sir Walter Raleigh. Conclusie: deze postzegel vertoont een dubbel anachronisme.

Een tweede persoon die in het artikel aan de orde komt is Samuel de Champlain, de stichter van Quebec. In het volgende nummer van het Marianne Bulletin kom ik daar op terug.

Terug naar boven

Uit de tijdschriften – Jos van Zijl

In l’écho van oktober 2016 een bespreking van een aardige thematische verzameling over de farmacie. Een vervolg artikel over het gebruik van de 25c, blauw Mouchon (nrs 127 Yvert). In het november nummer een artikel over de frankering van brieven met een “valeur déclarée” in de periode 1892-1906.

Timbres magazine van oktober 2016 schenkt in een compact en interessant artikel aandacht aan de variétés van de Semeuse lignée van 50c. Voorts een overzicht van de zegels en opdrukken in de periode 1892-1905 van Benin/Dahomey. Gérard Gomez, président d’honneur van de A.C.C.P., verklaart in een bijdrage de termen luminescentie, fluorescentie en fosforescentie en het gebruik hiervan in de filatelie.
Nog wat détails over bekende stroken van 3 zegels van de “planches 4 en5”van de 25 c Cérès waarin zg. “clichés remplaçants” voorkomen. Tot besluit twee interessante artikelen over de geschiedenis van Luxemburg en de Spaanse burgeroorlog.
In het november nummer komt de Gouden eeuw van Nederland aan bod.
Opnieuw de Cérès, nu de variétés in het algemeen (Zie ook www.planchage.france-timbres.net).
In “Service postal secondaire” een beschrijving van de gang van zaken bij de postbehandeling in dorpen zonder postkantoor.

Les Feuilles Marcophiles van september 2016 bevat deel 3 van het artikel over het gebruik van het stempel BM (Boîte Mobile).Ook een uitgebreid overzicht van de censuurstempels in Bretagne in de periode van november 1944 tot november 1945. De “Hors-série 2016-02” is geheel gewijd aan de Duitse militaire post in het arrondissement van Valenciennes tijdens de eerste wereldoorlog.

Postillon nr. 218 van november 2016. Deel 3 van een bijdrage over “les train postes” : lijnen die niet via Parijs liepen. Zeer uitvoerig geïllustreerd. Ook een aardig en informatief artikel over het gebruik van de Pasteurzegels op poststukken, met als klapstuk een luchtpost brief van het passagiersschip “Ile de France” die met een “Katapult Schleuderflugzeug” tijdens de terugreis naar Le Havre met spoed moest worden bezorgd.

In 1891 bezorgde La Poste ± 40 miljoen poststukken. Het was een enorm bedrijf waar de medewerkers geweldig trots op waren. Reden genoeg om een boekje uit te geven voor scholieren waarin alle diensten van La Poste werden beschreven. Dit alleraardigste boekje, “La Poste Le Télégraphe Le Téléphone” is opnieuw uitgegeven door JF-B Philatélie en te bestellen voor 15 Euro (jfbphilateli@gmail.com).

Terug naar boven

Bij de achterpagina – Roelof van der Kamp

Briefkaart verzonden van Paris-4, Rue d’Enghien naar Paramaribo op 8 augustus 1902 via Saint-Nazaire gefrankeerd met een zegel van 10 centimes type Mouchon retouché. De kaart deed er 20 dagen over getuige het aankomststempel van Paramaribo. Niet alleen de bestemming van deze kaart is schaars, maar ook het afstempelen van de kaart bij aankomst door het kantoor van bestemming komt lang niet altijd voor.

Terug naar boven

Viagra kopen online Kamagra kopen online Silagra online kaufen ohne rezept Cialis kopen online Acheter Cytotec Comprar Xenical online Comprar Priligy genérico