Marianne Bulletin 193

Marianne Bulletin 193 – mei 2017

Artikelen:

Bij de voorpagina - Roelof van der Kamp

Een recent ontvangen aangetekende brief uit Frankrijk, gefrankeerd met zegels van vóór 2000. Het verschuldigde porto is volgens een notitie op de achterzijde EUR 6,25, dat staat gelijk met FF 41,00.

Als we de zegelwaarden van de opgeplakte zegels optellen komen we precies op dat bedrag uit. Links zijn twee dienstzegels gebruikt. Deze hebben geen frankeerwaarde voor gewone post, alleen voor post van de betreffende diensten (UNESCO en Raad van Europa) De postzegel rechts vermeldt een frankeerwaarde van 35 F, dit zijn echter Francs van voor 1960, de frankeerwaarde na 1960 van deze zegel was FF 0,35.

De afzender heeft dus in plaats van FF 41,00 met FF 6,35 ( = EUR 0,95 !!) gefrankeerd.

Of deze onderfrankering de reden is dat POSTNL deze brief niet aan de deur, maar in de brievenbus heeft bezorgd is niet waarschijnlijk, ik heb dit jaar meerdere aangetekende stukken ontvangen, voor welgeteld één daarvan heb ik aan de deur moeten tekenen.

Terug naar boven

Gemengd tarief - Edwin Voerman

Gemengde frankering’ is een bekend begrip in de filatelie. Met deze aanduiding wordt een frankering bedoeld die is samengesteld uit de zegels van verschillende, veelal lang lopende, uitgiften. Het begrip ‘gemengd tarief’ zal de meesten onder u volslagen onbekend in de oren klinken. Dat is ook niet zo gek, want het is een verschijnsel dat je niet veel tegenkomt. Zonder een beetje ervaring en goede naslagwerken kun je je dan ook langdurig het hoofd breken over wat je nu eigenlijk vóór je hebt aan frankering. Een gemengd tarief is samengesteld uit bedragen afkomstig van verschillende tariefregimes.

In het geval dat ik hieronder zal beschrijven, bestaat het tarief uit een binnenlands deel en uit een buitenlands deel. De oorsprong van deze vermenging ligt in de toekenning door de Franse posterijen van een begunstigde status aan sommige buitenlanden (‘tarif préférentiel’). Overigens vond die toekenning plaats op basis van reciprociteit. Die begunstigde status gold voor briefkaarten en brieven, maar niet voor aanvullende diensten zoals bijvoorbeeld aantekenen en expresse bestelling. Indien dus bij een poststuk naar een land met een bijzonder tariefstatus sprake is van de toepassing van het verlaagde brief(-kaart)tarief in combinatie met een aanvullende dienst die niet onder de begunstiging valt, is sprake van een zgn. ‘gemengd tarief’.

Italië en San Marino kregen deze begunstigde status op 1 juni 1950 voor briefkaarten en brieven t/m de 3e gewichtsklasse (0-100g). Luxemburg, Canada en Monaco waren Italië al voorgegaan. België volgde op 6 januari 1959, West-Duitsland op 1 januari 1963 en Nederland op 1 augustus 1966. Vanaf 11 januari 1990 zijn al deze bijzondere regelingen opgegaan in diverse tariefzones die, naarmate de tijd vorderde, steeds verder zijn vereenvoudigd.

De getoonde stukken zijn afkomstig uit een relatief lange stabiele tariefperiode die globaal liep van 1949 tot in 1957. Zie het Excel-staatje. Tegenwoordig zou een dergelijk lange periode zonder tariefwijzigingen ondenkbaar zijn.

Ten gevolge van de gedeeltelijke begunstiging van post naar Italië komen we in deze periode voor aangetekende brieven op een verschuldigd bedrag van 60F bestaande uit het binnenlandse brieftarief van 15F en het buitenlandse aantekenrecht van 45F. Samen 60F.

Postzegels van 60F bestonden in deze periode niet, dus moest het tarief altijd worden samengesteld met tenminste twee zegels. Van filatelisten zou je nog kunnen verwachten dat zij die 60F samenstellen uit verschillende zegels, maar loketambtenaren (die op de hoogte waren met de regels!) pakten natuurlijk twee identieke postzegels, zoals we kunnen zien op de volgende afbeeldingen:

Uiteraard waren er wel specifieke zegels in omloop voor aangetekende brieven binnenland (50F) en voor aangetekende brieven buitenland naar niet begunstigde landen (75F).

Postzegels van 50F uit deze periode zijn de ‘Abdij van Caen’ van 1951 (Yvert 917), ‘Joaillerie’ van 1954 uit de serie Luxe producten (zie afbeelding) en ‘Rugby’ uit de serie Sport van 1956 (Yvert 1074).

Postzegels van 75F uit deze periode zijn ‘Paardensport’ van 1953 (Yvert 965), ‘Fleurs et parfums’ uit de serie luxe producten van 1954 (Yvert 974, zie afbeelding ). En tenslotte ‘Alpinisme’ uit de serie Sport van 1956 (Yvert 1075).

Goed is te zien dat deze zgn. bijzondere zegels in feite de functie van ‘usage-courant’ zegels vervullen en een semipermanent karakter hebben. De looptijden van deze zegels variëren van ca. 1 jaar tot ca. 2½ jaar en de oplagen liggen voor de 50F zegels boven de 100 miljoen. Feitelijk heeft Frankrijk het eigen land al heel lang op een fantastische manier gepromoot in zowel binnen- als buitenland met het uitgeven van zulke mooie zegels voor alledaagse doeleinden.

Het zal u inmiddels wel duidelijk zijn dat ik een bijzondere belangstelling voor posttarieven heb. Wie op dat gebied vragen heeft, nodig ik van harte uit om via eindredacteur Roelof van der Kamp (kamp143@zonnet.nl) zijn/haar vragen aan mij te stellen. Publieke behandeling is immers interessant voor elke filatelist.

Terug naar boven

Merkwaardige zaken op Franse postzegels, deel 10 – Roelof van der Kamp

1956 Samuel de Champlain

Samuel de Champlain (1567 – 1635) maakte tijdens zijn leven een aantal reizen naar het gebied dat nu Canada is om handelsposten te stichten. Een van de handelsposten vestigde hij in een streek, die de plaatselijke bevolking Kebek. De handelspost gaf hij de verfranste naam van de streek: Quebec. Voor deze daad wordt hij nog steeds in Canada geëerd.

Dat de afgebeelde persoon Samuel de Champlain is, is vrijwel zeker niet juist. Als basis voor de afbeelding is een portret uit ca 1870 gebruikt, dat weer een bewerking is van een afbeelding uit 1654. Maar volgens de tekst bij die afbeelding gaat het Michel Particelli d´Emery, Controleur Generaal der Financiën onder de koningen Louis XIII en XIV.

Afbeeldingen van Samuel de Champlain tijdens zijn leven zijn er nauwelijks. Een tekening van een gevecht met de plaatselijke bevolking toont zijn gelaatstrekken nauwelijks, een afbeelding in de windroos op een door hem gemaakte kaart is mogelijk een zelfportret, maar ook niet erg duidelijk.

De ontwerper had nog twee andere bronnen kunnen raadplegen. In 1899 werd in Honfleur, de haven van waaruit hij steeds vertrok een plaquette met zijn beeltenis onthuld. In 1930 werd tegenover de Canadese ambassade in Parijs een tweetal bustes onthuld van Fransen die belangrijk waren voor het ontstaan van de staat Canada: Jacques Cartier (de ontdekker) en Samuel de Champlain (de stichter). Ook deze twee monumenten vertonen een ander gelaat dan het hier afgebeelde.

Terug naar boven

Scheve verhoudingen - Edwin Voerman

Onlangs stuitte ik op twee aantrekkelijk gefrankeerde aangetekende krantenbandjes uit 1955, afkomstig van het postzegelblad ‘Le Timbre’ uit Parijs.

Die trokken mijn aandacht, want een krant of tijdschrift aangetekend verzenden, dat gebeurt niet veel. De stempel ‘Dépot Complémentaire’ duidt er al op dat deze tijdschriften aanvullend op een eerdere aanbieding aan de posterijen zijn verzonden. De roze aantekenstrookjes laten zien dat het gereduceerde tarief voor ‘Autres Objets’, de zgn. ‘A.O’ stukken, hier van kracht was. Waar in de periode 1 juli 1949 tot 1 juli 1957 het aantekenrecht voor normale poststukken 35F bedroeg, gold voor ‘A.O’ stukken 25F. Op beide wikkels zit in totaal 26F geplakt. Dat betekent dat er voor het normale briefport nog maar 1F overschiet!

Klopt dat? Ja, dat klopt, want van 8 december 1952 tot 6 januari 1959 was slechts 1F verschuldigd voor kranten en periodieken tot 60g. Stukken waarbij het posttarief en het tarief voor een aanvullende dienst, zoals in dit geval het aantekenen, zover uit het lood staan ten opzichte van elkaar, ben ik nog niet eerder tegengekomen.

De beide kleine bijfrankeringen van 2F emissies Marianne de Dulac en Cérès de Mazelin waren in 1955 allang niet meer aan het loket verkrijgbaar, maar in filateliekringen waren deze zegels nog ruimschoots voorhanden en ze zijn ook nog lang gebruikt nadat ze uit de verkoop waren genomen. De geadresseerde heeft gedaan wat de meeste filatelisten doen wanneer zij een aardig stuk in handen krijgen: hij of zij is er voorzichtig mee omgesprongen en heeft de beide wikkels netjes bewaard. Hoewel het hier niet om filatelistisch maakwerk gaat, zijn we filatelisten in het algemeen veel dank verschuldigd, omdat zij met hun stukken bij tijd en wijle laten zien wat er postaal allemaal mogelijk was.

Het grote publiek rukte zo’n wikkel van het tijdschrift en wierp die vervolgens in de prullenmand. In het gunstigste geval werden de postzegels eraf geknipt voor de verzameling van één van de kinderen of neefjes. Dat lot is deze wikkels bespaard gebleven. Nu blijft het nog zoeken naar een identieke wikkel maar dan afkomstig van een niet-filatelistisch tijdschrift. Dat zal nog wel even duren…..

Terug naar boven

In de ban van Chinese tekens op een Olympisch postztuk uit 1924 – Laurentz Jonker

Begin november 2014 bezocht ik de jaarlijkse postzegelbeurs in Parijs. Een manifestatie die vergelijkbaar is met die in Essen, Duitsland. Aldaar een combinatie van handelaren en buitenlandse postagentschappen, met dien verstande dat de handelaren, hoe kan het ook anders, voor 90% uit Franse dealers bestaan. Verzamelaars van Frankrijk en Franse gebieden kunnen hier hun slag slaan.

Mijn bezoek was zoals gewoonlijk vooral gericht op bijzonderheden van de Olympische emissie van 1924. Dat kan alles zijn! Denk daarbij aan proeven, variëteiten, Olympische stempels, mooie en bijzondere frankeringen, aparte bestemmingen. Op dat laatste viel mijn oog, zeldzame post met bestemming China. Een gehavende brief, dat wel, die vanuit Parijs via de haven van Marseille was verscheept naar Canton in het zuiden van China.

De brief is correct gefrankeerd met een strip van drie Olympische zegels van 25 c. Verzenden van een brief naar het buitenland met een gewicht to t20 gram kostte 75 centimes. Het continuerende machinestempel type Krag met vier horizontale lijnen luidt: “Paris XlX – Av_Jean_Jaures, 21 juillet 1924″. ‘XIX’ staat voor 19° arrondissement, de wijk La Villette noordoostelijk van Parijs (1).

De brief is tijdens de Olympische Spelen verstuurd, maar dat terzijde. De geadresseerde is “Docteur A. Lapierre” die als arts dienst deed op de Franse kanonneerboten Argus en Vigilante.

De namen van de boten getuigen van waakzaamheid. De boten werden ingezet om de veiligheid tegen piraten en plunderaars te waarborgen op de brede rivier de Si Kiang (ook wel Si Tjiang genoemd en 1250 km lang) Dit is een zeer belangrijke waterweg ten noordwesten van Canton, die via de delta bij Hongkong in de Chinese Zee uitmondt.

De brief moest via het Franse consulaat in Canton scheepsarts Lapierre bereiken. De schepen waren op patrouille en in Canton hadden ze geen flauw benul waar de dokter uithing,gezien de vele stempels op de keerzijde van de brief.

Op de voorkant van de brief lezen wij onder ‘canonnieres Argus’ de plaatsnamen Samshiui (grijs potlood), Nanning (rood potlood), Wuchow (zwarte inkt) en Canton (blauwe inkt). Deze zijn alle doorgestreept. Alleen de plaatsnaam Canton (grijs potlood) onder ‘la Marine’ is niet doorgekrast.

Na veel omzwervingen kwam de brief terug in Canton en vond daar, want de brief is niet teruggestuurd naar Frankrijk, alsnog de geadresseerde.

De keerzijde laat vijf leesbare stempels zien. ln chronologische volgorde:

stempel 1: Canton, 4-8-1924 (midden onder);
stempel 2: Nanning, 30-8-1924 (links boven);
stempel 3: Wuchow, 3-9-1924 (midden boven);
stempel 4: Samshui, 4-9-1924 (rechts boven);
stempel 5: Canton Sub-Office, 5-9-1924 (rechts onder).

De twee onleesbare stempels zijn van Wuchow (links onder) en verscholen onder het stempel van Samshui bevindt zich een lichte afstempeling van Canton.

Over de auteur

Laurentz Jonker is lid van de Nederlandse Vereniging voor Thematische Filatelie (NVTF). Zijn specialisatie is Olympische spelen. Dit artikel is met zijn toestemming gedeeltelijk overgenomen uit zijn publicatie in het blad THEMA, het verenigingsblad van de NVTF.

Terug naar boven

Uit de tijdschriften - Jos van Zijl

Onlangs verschenen.
Sinds het in 1960 verschijnen van “La désinfection des lettres en France et à Malte” door Marino Carnévalé is er veel nieuws gevonden over dit verzamelgebied. Met het verschijnen van “La désinfection du courrier en France et dans les pays occupés: histoire, réglementations, lazaretse, pratiques” door Guy Dutau, is dit nieuws toegankelijk voor de verzamelaars. Het boek telt 700 pagina’s en kost € 85 exclusief verzendkosten. Het is te bestellen bij de auteur, guy.dutau@wanadoo.fr of 9, rue Maurice Alec, 31400 Toulouse

L’Echo van december 2016 meldt het verschijnen van “Le catalogue des Cartes-Maximum de France” en bevat een uitvoerige beschrijving van het eveneens verschenen, uitvoerig geïllustreerde, boek “La Poste pendant la première guerre mondiale” door Laurant Albaret. Dit laatste werk is verkrijgbaar bij Yvert et Tellier en kost € 19,90.

In L’Echo van januari 2017 een interview met de nieuwe voorzitter van de vereniging ATG (l’Art de la Timbre Gravé) opgericht in 2005 na de introductie van GGE. (zie artikel in 177.) Voorts een voorstel voor een nieuwe indeling van een verzameling aangetekende brieven met “valeur déclaré”.

L’Echo van februari 2017 brengt het verhaal van de “Mandat-Postes” aan het front van de eerste wereldoorlog. Een Étude gaat nader in op het bestaan van “Les papiers d’affaires” in de periode 1828-1856 en de hiervoor gehanteerde tarieven.

Les Feuilles Marcophiles van het vierde kwartaal 2016 vertelt over het gebruik van het Duitse hoefijzer stempel (timbre “Fer à cheval”) in de periode 9.8.1871 – 4.1.1875.

Timbres magazine van december 2016. Gerard Gomez, oud voorzitter en erelid van de A.C.C.P. , geeft zijn advies over het verzamelen van carnets en de wijze waarop men zo’n verzameling kan presenteren. Hij vestigt er nogmaals de aandacht op dat er meestal weinig te zien valt aan een dichtgeplakt carnet en dat een zorgvuldig opengemaakt carnet even veel waard is als dicht exemplaar. Een overzicht van de internationale luchtpost t.b.v. krijgsgevangenen. De geschiedenis en de bedoeling van de “non-dentelés”. Pas verschenen “La première série au type Iris” door Yvon Nouazé; 164 pag., prijs € 27,= verzendkosten € 6,60.

Timbres magazine van januari 2017. Een interessant verhaal over de préo’s uit 1893 naar aanleiding van de € 25.000 betaald voor een exemplaar tijdens een recente veiling. Innovatie bij l’I.T.V.F. bestaande uit het combineren van taille-douce met héliogravure en/of offset. Nog eens de Daguin stempelmachine.

Timbres magazine van februari 2017. 60 jaar Europa zegels. Gerard Gomez geeft een uitleg over het ontstaan van variétés bij de taille-douce. De geschiedenis van het Saargebiet.

The Journal of the France & Colonies Philatelic Society van december 2016. Deel 1 van een serie gewijd aan de Parijse stempels van 1837 tot 1950. De geschiedenis van de “Lettre suivie” sinds 1991.

Terug naar boven

Bij de achterpagina

Een briefkaart, afgestempeld in Annemasse (Haute Savoye) op 5 januari 1931, geadresseerd aan Mlle Marie Hooynes(?) in Genève (Zwitserland).

De voorzijde van de kaart toont een oever van het Meer van Genève. Op zich al merkwaardig dat je vanuit Annemasse een kaart met een afbeelding van Genève naar Genève stuurt.

Maar er is meer. De kaart is gefrankeerd met de Yvert 243 (Berthelot) met overdruk 10 Fr.

Deze zegel vinden we in Yvert onder de luchtpost als nr 3. Deze zegel werd gebruikt voor post die met oceaanstomer Ile de France verstuurd werd. Het is niet aannemelijk dat de Franse post deze briefkaart met een oceaanstomer heeft vervoerd. Ik ben geen expert op het gebied van posttarieven, maar een verschuldigd porto van 10 francs voor een briefkaart van Frankrijk naar Zwitserland in 1934 lijkt me ook niet waarschijnlijk.

Ik bezit geen ander exemplaar van dit zegel, ik kan het alleen maar vergelijken met plaatjes uit catalogi. Het lettertype op die plaatjes wijkt nogal af van het lettertype op deze zegel.

Met behulp van de loupe is te zien dat de opdruk over het poststempel is aangebracht. De 1 van 10 Fr verbergt de 1e e van Annemasse, de 0 staat over de m.

Conclusie: een curieus poststuk met een slecht vervalst zegel.

Terug naar boven